De verkoop van antiek

De verkoop van antiek

Promoties

Wil een antiekhandelaar verkopen dan moet hij zijn producten “in the picture” plaatsen. Hij heeft hiervoor verschillende mogelijkheden. Via de plaatselijke of de nationale of de gespecialiseerde pers kan hij aandacht trekken voor zijn producten. Hij kan thema verkopen organiseren. Maar vaak is drempelvrees een hindernis.

Daarom gebruikt de kunstmarkt naast promoties en publiciteit een aantal aantrekkelijke middelen: antiekbeurzen, open deurdagen en prijsvoordelen.

Antiekbeurzen

In België hebben we een groot aanbod van antiek-, brocante- en curiosabeurzen. Bedoeling is immers in een feestelijke, kasteelachtige, droomsfeer antiek te koop aan te bieden. Het is juist deze sfeer die menigeen aanzet tot kopen. De drempel is hier zo goed als weggewerkt.

Je kunt immers alle standen vrij in en uit lopen. Groot voordeel is dat je rustig alles kunt vergelijken. Bovendien zijn de meeste antiquairs bereid om “over te prijs te praten”. Dit komt omdat ze enorme kosten gemaakt hebben voor deze beurs. Voor regionale beurzen zijn de kosten ca. 12.500 EURO en voor internationale beurzen kan dit oplopen tot 50.000 EURO.

Open deurdagen

In de jaren zestig organiseerden sommige Antwerpse Antiquairs reeds open deurdagen. Op deze manier wilden ze extra aandacht trekken. In 1978 werd een gezamenlijk initiatief met alle leden georganiseerd. Omwille van het succes werd besloten dit ieder jaar net voor de eindejaarsfeesten te organiseren. Andere steden zoals Gent en Brugge volgden dit initiatief. Ook Brussel organiseert ieder jaar zijn Nocturnes op de Kleine zavel en omgeving.

Prijzen

Een antiquair die zichzelf respecteert volgt nauwgezet de prijzen op de markt. Bij de antiekhandel is de concurrentie even groot als in gelijk welke andere branche. Te hoge prijzen vragen is daarom uit den boze. Te lage prijzen kan ook niet want dan komt de antiqair ongeloofwaardig over of in financiële moeilijkheden. Iedere antiquair weet dat het merendeel van de kopers zich uitgebreid informeert. De koper is dus op de hoogte van de prijzen.

Lage prijzen verraden ook vaak mindere kwaliteit of recentere stukken. Stukken uit de 17de en 18de eeuw zijn veel prijziger dan stukken uit de 19de eeuw. Dit verschil zie je vaak aan de extra nul achteraan het bedrag. Zo kan voor een zetel uit de 19de eeuw ca 3.000 EURO gevraagd worden, terwijl een zetel uit de 18de eeuw 30.000 EURO kan kosten.

Topics die de prijs bepalen

Historische en geografische aspecten

  • De ouderdom … 15de, 18de eeuw etc… (hoe ouder hoe duurder)
  • De oorsprong (land, streek, atelier, manufacture, school)
  • De zeldzaamheid (piéce unique of veel voorkomend)
  • Het al dan niet bekend zijn van de maker (schilder, ébènist, artisan)
  • De afkomst — Wie waren de vroegere eigenaars? (bvb. van een personaliteit)
  • Primeur, modelstuk (voor bvb een tentoonstelling) of niet

 

Technische aspecten

  • De gebruikte materialen, (dure/goedkope materialen)
  • De decoratie, (makkelijk/moeilijk toe te passen)
  • De kwaliteit/precisie van de uitgevoerde handwerkzaamheden
  • De conservatie (goed/slecht onderhouden)
  • De restauratie, renovatie, herstellingen

 

Economische en tijdsgebonden aspecten

  • Politieke en economische toestanden (welvaart/oorlog)
  • Familiestuk, erfenis (is eerder sentimenteel)

 

En als laatste en vaak ook HET doorslaggevend argument dat de waarde bepaald:

  • Modetrends en
  • Belangstelling van de markt en de koper.