Art Nouveau

Art Nouveau (1880-1910)

Historiek

Art nouveau (nieuwe kunst) is de naam voor een universele ontwerpstijl die eind van de jaren ‘80 van de 19e eeuw in Europa ontstond. Geïnspireerd door de Britse Arts-and-Craftsbeweging werd het historisme door de art nouveau afgewezen. Karakteristieke organische bladervormen en kromme, kronkelende, tentakelachtige motieven waren de inspiratiebron van een aantal basisvormen van deze unieke stijl.

De art nouveau had een gemeenschappelijk doel. De introductie van nieuwe vormen. Massaproductie en de natuur als inspiratiebron waren op alle van toepassing. Het Japonisme, met zijn witte vlakken en eenvoudige vormgeving, speelde ook een cruciale rol bij de ontwikkeling van de art nouveau. Dit was vooral te zien in de grafische vormgeving in het werk van affichekunstenaars als Henri de Toulouse-Lautrec, Alphonse Mucha en Aubrey Beardsley.

In Spanje, Frankrijk, Engeland en de VS overheersten de kronkelende tentakelmotieven in de art nouveau (curviliniaire Art Nouveau)  maar in Schotland en Duitsland werd hij voornamelijk geassocieerd met rechtlijnige vormen (geometrische Art Nouveau). Een aantal architectuur-, interieur meubelontwerpen van Charles Rennie Mackintosh voor de Glasgow School of Art is nog steeds het beste voorbeeld van rechtlijnige art nouveau.

Maar zoals in elke designstijl waren er ook hier uitzonderingen op de regel. Sommige ontwerpers kozen in hun werk voor een combinatie van kromme en rechte lijnen. Een exponent van de art nouveau in Engeland was Liberty, maar in Frankrijk bestond de stroming duidelijk uit twee groeperingen: de Nancy-school, in 1901 opgericht door Emile Gallé, en de Parijse School die ontstond uit Hector Guimards samenwerking met Victor Horta. Gallé’s botanische kennis en belangstelling voor de natuur werden verwerkt in het decoratieve gebruik van exotische plantvormen en insecten in bijvoorbeeld de marqueterie van zijn meubels.

Zijn kronkelende patronen met verstrengelde bladeren zijn klassieke voorbeelden van de Nancy-ontwerpen uit die tijd. In België, waar Horta’s hotel Tassel een van de eerste architectuur­ uitingen van de stijl was, bleef de art nouveau vooral architectonisch. Het ijzerwerk van de Belgische architect en het gebruik van stamachtige pilaren raakten bekend als de Hortastijl. Guimards ontwerp van de ingangen van de Parijse metro is in Frankrijk het onbetwiste voorbeeld van de Guimard­ stijl. In Parijs centreerde de stroming zich rond een groep kunstenaars die door Samuel Bing bij elkaar waren gebracht en die hun werk in zijn galerie l’Art Nouveau, tentoonstelde. In Spanje raakte het modernismo ingeburgerd dankzij het werk van Antoni Gaudî. De Duitsers kozen de naam Jugendstil voor hun eigen versie van de stijl.

Belangrijkste kenmerken

  • Kromlijnig: organische bloemvormen, slingerende, tentakelachtige non-geometrische effecten
  • Rechtlijnig: geometrische vormen, strenge silhouetten
  • Verwierp het historismeen wordt daarom wel de eerste echt moderne internationale stijl genoemd
  • Introductie van nieuwe vormen, massaproductie en de nadruk op de natuur als bron van inspiratie
  • In Spanje, Frankrijk, Engeland, Wenen en de VS werden vooral kromlijnige, tentakelachtige motieven gebruikt.
  • In Wenen, Schotland en Duitsland waren ze vooral rechtlijnig

Trendsetters, Actoren

Art nouveau,  Frankrijk

Art nouveau, België

Modern style, USA         

Modern style, Engeland,

Jugendstil, Duitsland, Scandinavië  

Sezession, Wiener Secession, Oostenrijk

Modernismo, Modernista, Spanje