Charles-Edouard Jeanneret (Le Corbusier)

Charles-Edouard Jeanneret (Le Corbusier)

Overzicht actieve loopbaan

Charles-Édouard Jeanneret (1887-1965) studeerde metaalgraveerkunst aan de kunstnijverheidsschool in het Zwitserse La Chaux-de-Fonds, waar zijn leraar Charles L’Eplattenier hem overhaalde architectuurlessen te volgen. In 1905 bouwde hij zijn eerste huis, Fallett Villa, voor een werknemer van de school.

Na een reis door Italië en een bezoek aan Boedapest en Wenen verhuisde hij in 1908 naar Parijs, waar hij werkte voor architect Auguste Perret (1874-1954). Die stond bekend om zijn experimenten met beton en staal. Tijdens zijn verblijf in Parijs ontmoette hij Wolf Dohrn, directeur van de Dresdner Werkstätten für Handwerkskunst, de Duitse ontwerptheoreticus Hermann Muthesius (1861-1927) en de Duitse architect en industrieel ontwerper Peter Behrens. Hij werkte een jaar op het architectenbureau van Peter Behrens in Berlijn, waar hij waardevolle ervaring opdeed.

In 1911 keerde hij voor twee jaar terug naar Zwitserland om les te geven op zijn oude school. Hij ontwierp een concept voor de in serie geproduceerde woningpakketten van gewapend beton, de zogenaamde Domino-huizen (1914-1915) en ontwierp en bouwde Villa Schwab in La Chaux-de-Fonds (1916).

In 1917 verhuisde Jeanneret naar Parijs en rond 1920 nam hij het pseudoniem Le Corbusier aan. Hij ontwikkelde samen met kunstenaar Amédée Ozenfant (1886-1966) een nieuwe schildermethode, het ‘Purisme‘.

In 1918 publiceerde hij een manifest getiteld Après le cubisme, le purisme. De twee daaropvolgende jaren gaf hij het tijdschrift L’Esprit Nouveau uit, waarvoor hij vele artikelen schreef. Zijn interesse voor de klassieke Griekse architectuur en de aantrekkingskracht die het machinale concept op hem had, kwamen in de zeer invloedrijke artikelen duidelijk naar voren; de artikelen zijn later opnieuw uitgegeven in de bundel Vers une Architecture (1923). Hij wilde van het eenvoudige huis een industrieel product maken en ontwikkelde een systeem van bouweenheden, de Citrohan-huizen (1920-1922). Hij werkte verder aan plannen voor een grote utopische stad van gestandaardiseerde hoge blokken, ‘Moderne stad voor drie miljoen inwoners‘ (1922), die in 1922 op de Salon d’Automne tentoongesteld werden.

In 1922 begon Le Corbusier samen met zijn neef, architect Pierre Jeanneret, een architectenbureau aan de Rue des Sèvres in Parijs. Ze bouwden diverse particuliere woningen en woonwijken. Le Corbusier ontwierp het Pavillon de L’Esprit Nouveau voor de ‘Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes‘, een modelbouweenheid voor een later appartement.

Het paviljoen werd zowel bejubeld als bekritiseerd en de kritiek leidde er uiteindelijk toe dat Le Corbusier zich terugtrok uit de conservatieve Société des Artistes Décorateurs en in 1929 de U.A.M. (Union des Artistes Modernes) oprichtte. Le Corbusiers opvatting over het huis als woonmachine hield functioneel meubilair, “équipment de l’habitation“, in. Hij ontwierp dan ook samen met Pierre Jeanneret en Charlotte Perriand -die zich in 1927 als ontwerpster en architecte bij Pierre en Le Corbusier aansloot- een serie stalenbuismeubelen. Deze moderne designs in wording, die voor het eerst verschenen in 1928 en die bestonden uit onder andere de stoel Basculant Model nr. 8301 (ca.), de chaise longue Model nr. 8306 (1928) en de fauteuil Grand Confort Model nr. LC2 (1928), toonden een nieuwe esthetische zuiverheid en waren de belichaming van de International Style.

Zo rond 1930 richtte Le Corbusier zich op bouwkundige opdrachten, waaronder zijn beroemde Villa Savoye in Poissy (1928-1929), Cité du Refuge in Parijs (1930- 1933), het Pavillon Suisse, Cité Universitaire in Parijs (1930-1931) en utopische bouwkundige concepten zoals het stadsplan La Ville Radieuse (1935). Deze moderne projecten hebben de ontwikkeling van de architectuur in hoge mate beïnvloed, vooral in stedelijke gebieden met veel huizen en kantoorgebouwen.

In de jaren ’50 keerde Le Corbusier het formalisme van de International Style de rug toe en stortte hij zich op vrijere en expressievere vormen. Hij demonstreerde zijn groeiende belangstelling voor de beeldhouwkundige mogelijkheden met beton aan de hand van het dak van het wooncomplex Unité d’Habitation in Marseilles (1946-1952) en zijn opmerkelijke kerk Notre Dame du Haut in Ronchamp (1950-1955).

Le Corbusier was een van de invloedrijkste architecten, ontwerpers en ontwerptheoretici van de 20e eeuw en zijn voorkeur voor geometrisch formalisme had verstrekkende gevolgen. Ironisch genoeg waren het de in de jaren ’60 gebouwde gebouwen in de Le Corbusier-stijl -waarvan er veel slecht gebouwd waren- die het Modernisme in diskrediet brachten toen bleek dat ze de mensen die ze hadden moeten bevoordelen, juist benadeeld hadden.

Enkele realisaties

 

 

Chronologisch overzicht

  • Data, Activiteiten / Ontwerpen
  • 1887, Geboren in La Chaux-de-Fonds, Zwitserland
  • 1902, Begint graveerkunst te studeren aan Ecole d’Art, La Chaux-de-Fonds
  • 1904, Studeert architectuur aan Ecole d’Art, La Chaux-de-Fonds
  • 1907, Reist door Europa (tot 1911)
  • 1910, Werkt voor Peter Behrens in Berlijn
    Komt in contact met Ludwig Mies van der Rohe
  • 1912, Leidt Arts and Crafts studio in Zwitserland
  • 1917, Gaat permanent in Parijs wonen
  • 1918, Publiceert manifest Après le cubisme, geschreven met Amédée Ozenfant
  • 1919, Medeoprichter van vaktijdschrift L’Esprit nouveau
  • 1922, Opent architectenbureau met neef Pierre Jeanneret
  • 1925, Ontwikkelt project Plan Voisin voor een nieuw Parijs
    Pavillon de l’Esprit Nouveau voor Exposition internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes, Parijs
  • 1925, LC-Casiers Standard meubelsysteem (met Pierre Jeanneret)
  • 1927, Produceert verscheidene ontwerpen voor Weissenhofsiedlung huisvestingsproject, Stuttgart
  • 1928, Medeoprichter van Congrès tnternationaux d’Architecture Moderne (CIAM)
  • 1928, LC I en LC 2 leunstoelen;
    LC 3 bank; LC 4 chaise longue;
    LC 6 tafel; LC 7 draaistoel;
    LC 8 en LC 9 krukken;
    LC 10-P salontafel (alle met Charlotte Perriand en Pierre Jeanneret)
  • 1929, Meubeldesigns voor Salon d’Automne, Parijs, met Charlotte Perriand
  • 1930, G.RAS. 205 lamp
  • 1934, LC 5.F bank; LC II-P tafel
  • 195, Kapel Notre-Dame-du-Haut, Ronchamps
    Ontwikkelt Modulor systeem voor de juiste verhoudingen van lateien voor het bouwen en inrichten van huizen
  • 1965, Overlijdt in Roquebrune-Cap-Martin;
    heruitgave van verschillende klassiekers bij Cassina