Eileen Moray Gray

Eileen Moray Gray

Overzicht actieve loopbaan

Ierland/Frankrijk  I  Designer van interieur, meubels en lampen  I  www.classicon.com

Eileen Gray  (1879-1976) studeerde van 1898 tot 1902 aan de Slade School of Fine Art in Londen. Ondertussen leert ze de techniek om lakwerk te vervaardigen in de meubelmakerij van D. Charles in Dean Street. In 1900 kwam ze een eerste keer naar Parijs. Tussen 1902 tot 1905 volgde ze opleidingen aan de École Colarossi en de Académie Julian. In 1907 betrok ze een appartement op Rue Bonaparte 21 in Parijs. Ze woonde er tot ze stierf in 1976.

In Frankrijk leerde ze oosterse lakwerktechnieken van de Japanse ambachtsman Seizo Sougawara.
Vanaf ca. 1910 ontwierp Gray gelakte schermen en panelen met figuratieve motieven en in 1913 exposeerde ze haar werk op de Salon des Artistes Décorateurs.

Haar ontwerpen trokken de aandacht van Jacques Doucet, couturier en kunstverzamelaar Hij werd haar eerste grote klant.
Voor hem voerde ze verschillende opdrachten uit. Zoals het scherm Le Destin (1914) en de tafel Lotus (1915).
In 1915 vertrok ze met Sougawara naar Londen en verbleef daar twee jaar.
In 1917 keerde ze terug naar Parijs.

In 1919 kreeg ze haar eerste volledige interieuropdracht voor het appartement van Mme Mathieu Lévy. Hiervoor ontwierp ze haar beroemde gelakte blokschermen. In 1922, opende Gray een winkel, de Galerie Jean Désert. Ze had toen al veel exclusieve opdrachten in art déco-stijl uitgevoerd voor rijke klanten.

In datzelfde jaar exposeerde ze in Amsterdam, waar ze de aandacht trok van De Stijl architect Jan Wils (1891-1972). Nederland bewonderde haar ontwerp voor een “slaapkamer-boudoir voor Monte Carlo”, dat te bezichtigen was op de Salon des Artistes Décorateurs in 1923. Deze bewondering was wederzijds toen Gray later in dat jaar een tentoonstelling van Nederlandse vormgeving in Parijs bezocht. Hierdoor werd haar werk meer en meer beïnvloed door de zuivere geometrische vormen van De Stijl.

In 1924 maakten ze samen met architect Jean Badovici (1893-1956) een studiereis om modernistische architectuur te bekijken. Hij wist haar te overhalen om architect te worden. Vervolgens ontwierp ze een modernistisch huis in Roquebrune (1926-1929). Hiervoor ontwierp ze bijpassend rationeel meubilair, waaronder de stoel Transat (1925-1930) en een tafel van stalen buizen en glas.

In 1930 ontwierp ze het interieur van Badovici’s appartement. In 1934 voltooide ze het huis voor eigen gebruik, de Tempe a Pailla in Castellar.

In 1937 exposeerde ze in Le Corbusiers Pavillon des Temps Nouveaux. Een voorstel voor een Centre des Vacances werd nooit uitgevoerd.
Hierna raakte Gray in de vergetelheid. In 1970 kocht de Amerikaanse verzamelaar Robert Walker haar ontwerpen op.
Dit was de aanzet tot een vernieuwde belangstelling voor haar werk.

Haar klassieke designs zijn: de E 1027 bijzettafel, de Tube Light staande lamp en de Monte Carlo bank. De eenvoudige geometrie en heldere lijnen van deze ontwerpen scheppen een esthetische schoonheid die maar weinig designers hebben kunnen realiseren.

Tijdens haar studieperiode werd ze enorm beïnvloed door Japans design. Ze was vooral geïnteresseerd in lakwerk. En wist dit te verwerken in Art Deco geïnspireerde meubels en accessoires. Nog voor de toonaangevende designers Marcel Breuer en Ludwig Mies van der Rohe van zich deden spreken met hun buisvormige stalen meubels was Gray’s al bezig met buisvormige stalen meubels. Het was een ware revolutie in het twintigste-eeuws designwereldje. Buisvormig staal in fabrieken en ziekenhuizen was in deze periode al ingeburgerd. Maar voor woonkamers werd dit nog niet geaccepteerd.

Gray bewees met haar Day Bed deze gedachte niet juist was. Dit ongewone bed wordt aantrekkelijk enerzijds door zijn eenvoud en anderzijds door het combineren van een zachte bekleding met een buisvormige stalen onderstel.

In de jaren twintig werkte Gray samen met Le Corbusier en J. J. P. Oud, en begon meer tijd aan architectuur te besteden.
Haar eerste huis, E 1027, was haar belangrijkste gebouw het was een modernistisch meesterwerk, gelegen op een schilderachtige plek aan de rotskust bij Roquebrune, Monte Carlo in Frankrijk. Hiervoor ontwierp ze verschillende meubels.

Het is spijtig dat de waardering voor Gray’s enorme bijdrage aan productdesign pas kwam na haar dood.
De Ierse designer Eileen Gray wordt nu aanzien als een van de beste creatieve talenten van de jaren twintig.
Haar moderne creaties in chroom, staal en glas zijn opmerkelijk door hun sierlijke eenvoud.

Enkele realisaties

 

Chronologisch overzicht

  • Data Activiteiten / Ontwerpen
  • 1878, Geboren in Enniscorthy, Ierland
  • 1898, Studeert schilderkunst en tekenen aan de Slade School of Fine Art, Londen
    Leert lakwerk vervaardigen in de meubelmakerij van D. Charles in Dean Street (tot 1902)
  • 1900, Reist naar Parijs
  • 1902, Studeert aan de Académie Colarossi
    Studeert aan de Académie Julian, Parijs
  • 1907, Woont op Rue Bonaparte 21, Parijs
  • 1910, Leerde ze oosterse lakwerktechnieken van de Japanse ambachtsman Seizo Sougawara
  • 1913, Presenteert eerste tentoonstelling van lakwerk op de Salon des Artistes Décorateurs
  • 1914, Scherm Le Destin
  • 1915, Tafel Lotus
    Vertrok met Sougawara naar Londen
  • 1917, Keert terug naar Parijs
  • 1919, Ontwerp appartement aan de Rue de Lota van Mme Mathieu Lévy waarvoor ze haar beroemde gelakte blokschermen ontwierp
  • 1922, Exposeerde in Amsterdam
    Opent Galerie Jean Désert, Parijs
  • 1923, Presenteert Bedroom-Boudoir for Monte Carla project aan de Salon des Artistes Décorateurs, Parijs
    De Stijl tafel
  • 1924, Studiereis met architect Jean Badovici
    Lota bank
  • 1925, Day Bed chaise longue
  • 1926, Modernistisch huis in Roquebrune
    Non Conformist leunstoel
  • 1927, E 1027 bijzettafel
    Tube Light staande lamp
    1 barkruk
    Castellar spiegel
    Occasional Table
    Transat leunstoel
  • 1928, No. 2 barkruk
    Rivoli bar
    Aixia stoel
    Double X tafel
  • 1929, E 1027 huis, Roquebrune Cap-Martin, Frankrijk
    Wordt oprichter van Union des Artistes Modernes
    Bibendum leunstoel
    Monte Carlo bank
    Jean tafel
    Petite Coiffeuse
  • 1930, Ontwierp interieur van Badovici’s appartement
    Tempe a Pailla in Castellar, eigen huis
    Folding Screen
  • 1932, Lou Perou tafel
    Menton tafel en bank
    Roquebrune stoel
  • 1933, Roattina staande lamp
  • 1935, Bonaparte leunstoel
  • 1937, Exposeert in Le Corbusiers’ Pavillon des Temps Nouveaux
  • 1970, Raakt in vergetelheid tot de Amerikaanse verzamelaar Robert Walker haar herontdekt
  • 1972, Verkozen tot Royal Designer for Industry
  • 1976, Overlijdt in Parijs