Design tussen 1960 en 1970

Design tussen 1960 en 1970

Naoorlogse babyboomers

De naoorlogse babyboomers groeiden op in de jaren ’60 en vormden en masse een machtig leger van consumenten. Ze werden volwassen in een periode die gekenmerkt werd door een ongeëvenaard en grenzeloos optimisme en zelfbewustzijn: de oorlog was voorbij en daarmee ook de naoorlogse soberheid.

Mensen bevonden zich in de ruimte en het zou niet meer lang duren vooraleer ze op de maan rondwandelden. De eerste harttransplantatie was met succes uitgevoerd. 60 jaar na de eerste vlucht over het Kanaal zou de Concorde de Atlantische Oceaan oversteken tegen een snelheid die groter was dan de snelheid van het geluid.

We leven in een wegwerpmaatschappij waarin de veroudering wordt gecreëerd door de snelle ontwikkelingen in de technologie. Ingebouwde veroudering is niet langer relevant. Waarom zou het functionalisme van de Internationale Stijl dat dan nog zijn?’ zei een commentator.

Zo begon de verwerping van het modernisme, dat niet langer kon beantwoorden aan de noden van deze enthousiaste groep van nieuwe consumenten, die vernieuwing en variatie verkozen boven eenheid en rechtlijnigheid. Bovenal wilden ze een look die ze de hunne konden noemen, die hen onderscheidde van hun ouders en die de kloof tussen de voor- en naoorlogse generatie benadrukte.

Massaconsumptie

In deze periode leidde de macht van de reclame, vooral die op televisie, tot de geboorte van de massaconsumptie. Producenten onderkenden algauw de koopkracht van de tienerpopulatie en brachten dan ook producten op de markt die specifiek voor die doelgroep ontworpen waren. Een combinatie van nieuwe materialen, vormen, kleuren en technologie smeekte om de aandacht van de kapitaalkrachtige jongeren.

Dit fenomeen deed zich zowat overal voor. In de auto-industrie waar de Mini mooie sier maakte. In de mode, waar de minirok iedereen de ogen uitstak. In de grafische wereld, waar Wes Wilson nauwelijks leesbare posters ontwierp. Er werd ook een veelheid van radicale meubelontwerpen op de markt gegooid.

De Deense ontwerper Verner Ponton maakte zijn knalrode gegoten plastic stapelstoel. Zijn landgenoot Gunner Aagaard Anderson (1919) creëerde zijn Armstoel uit polyurethaan, een uitzonderlijk meubelstuk dat eruitziet als een enorme hoop gestold plastic, en ook zo is.

Psychedelica

Jeugdculturen waren er te over. Elke cultuur had haar eigen muziek, haar eigen kleding en haar eigen visuele taal. Een daarvan, ‘psychedelica’, was een vernieuwende beweging die niet lang, maar opvallend aanwezig was en een verreikende invloed had. De psychedelische designers verwierpen het modernisme resoluut.

Terwijl de modernisten hun inspiratie uitsluitend in de toekomst zochten, vond de ‘psychedelica’ haar inspiratie gelijk waar en overal, en vaak door een waas van hallucinogene drugs. De kunstenaars van deze beweging gingen hun inspiratie zoeken in het begin van deze eeuw en namen elementen over van de art nouveau en de Weense Sezession.

Ze keken ook naar het Oosten en zelfs naar het oude Egypte om aanknopingspunten te vinden. Ook hun eigen wereld was een muze voor deze kunstenaars. Ze creëerden een door drugs beïnvloede visuele taal die bedoeld was voor een select publiek.

Mode in de jaren ’60

In de wereld van de mode is Mary Quant een naam die ver boven de andere uitsteekt. Ze verwierp de haute couture en richtte haar ontwerperspijlen op het jonge publiek, voor wie ze goedkope en leuke kleren ontwierp. Wij kennen haar voornamelijk als de ontwerpster die de minirok en de hot pants in Groot Brittannië introduceerde.

De ruimtevaart bleef de mode beïnvloeden; modeontwerpers maakten kleren van futuristische materialen. Het meest typerende voorbeeld hiervan zijn ongetwijfeld de ‘aluminiumfolie’pakken van Courrèges.

Popart

De mode en de kunst hebben een grote invloed gehad op het uitzicht van vele producten en geen enkele kunstbeweging heeft zo’n grote impact gehad op commerciële ontwerpen als de popart.

Kunstenaars als Andy Warhol, Jasper Johns (1930), Roy Lichtenstein (1923) en Robert Indiana zetten de kunstwereld op zijn kop door de deuren van hun studio te openen voor de banale wereld die ze vervormden tot ironische, oneerbiedige kunst. Andy Warhol bracht zonder enige schroom hulde aan de Amerikaanse consumptiementaliteit in zijn repetitieve schilderijen waarin de iconen van de populaire cultuur van het Campbell-soepblik tot Elvis Presley een hoofdrol speelden.

Ironisch genoeg begonnen de producenten zelf de popart te gebruiken om hun producten te ontwerpen, te promoten en te verkopen. Zo erg zelfs dat de popart al snel een deel van het dagelijkse leven werd, met bijvoorbeeld Robert Indiana’s LOVE-beeld dat op 40 miljoen postzegels werd gedrukt.

Andere verfijnde kunststromingen, zoals de op-art, werden eveneens gebruikt door producten textielontwerpers.

De Italiaanse invloed

In Europa hadden de Italiaanse ontwerpers een voortrekkersrol gekregen op de internationale scène en velen erkenden de invloed van de popart in hun werk. Joe Colombo, Ettore Sottsass en Marco Zanuso, allen bevrijd van de beperkingen van het modernisme, lieten zich leiden door de speelsheid van het moment en begonnen te jongleren met nieuwe thema’s.

Hun werk, dat als radicaal of als antidesign werd bestempeld, putte veel uit de populaire smaak. Joe Colombo experimenteerde met plastic voor zijn meubelontwerpen, en dat deed ook Ettore Sottsass in zijn levendige, oranjerode en gele Valentine-schrijfmachine, die een echte klassieker zou worden.

De Italiaanse designers hebben er min of meer voor gezorgd dat plastic is afgeraakt van zijn imago goedkoop en dus onaantrekkelijk te zijn. Dit imago was te wijten aan het gebruik van plastic voor wegwerpproducten zoals de Bic Biro-balpen. Slechts weinigen konden naast de schoonheid en elegantie kijken van Marco Zanuso en Richard Sappers plastic Grillo-telefoon, ondanks het gebruikte materiaal.

Andere Italiaanse designers droegen hun stéentje bij door vernieuwende meubels te ontwerpen. De beste twee voorbeelden zijn ongetwijfeld de zitzak van Gatti, Paolini en Teodoro, een vormloze zak gevuld met polystyreen bolletjes die nu wordt beschouwd als de pionier in zijn soort; en de opblaasbare armstoel van De Pas, D’Urbino en Lomazzi, een opblaasbare plastic stoel, die voor de vorm en het comfort aangewezen was op lucht.

Deze radicale designers beïnvloedden op hun beurt de postmodernistische ontwerpers van de volgende decennia.