Design tussen 1970 en 1980

Design tussen 1970 en 1980

In de jaren ’70 bleef Italië het centrum van het design, vooral het radicale design. Vele toonaangevende designers worden geassocieerd met de belangrijkste beweging van dit decennium: het postmodernisme.

Het postmodernisme

De term kan gebruikt worden in vele aspecten van ons leven. Hij kan een culturele en sociale betekenis hebben, maar duikt voornamelijk op in de wereld van de kunst, de architectuur en het design. Het gaat in wezen om een verwerping van alles waar het modernisme voor stond, wat volgens lasteraars elitair, ontoegankelijk en onaantrekkelijk was.

Het doel van het postmodernisme was dat elitaire te populariseren en het intellectuele toegankelijk te maken. Er werd vrijelijk verwezen naar de geschiedenis; kleuren, structuren en materialen werden aangepast en het eindresultaat was vaak een grappige parodie op het oorspronkelijke voorbeeld. Hoewel vele van de belangrijkste protagonisten van het postmodernisme Italianen waren, ging het in werkelijkheid toch om een internationale beweging.

Onder de leiders van deze beweging vinden we Ettore Sottsass, wiens werk wordt getypeerd door de Carltonbuffetkast en de Amerikaanse architect Robert Venturi. Door het klassieke op kleinere schaal op de markt te brengen, konden hun producten zodanig worden aangepast aan de specifieke vraag van een kleiner publiek. Door de aandacht af te leiden van de massaproductie kon men beter ingespeeld worden aan de individuele noden.

De Italiaanse automobielfabrikanten Lamborghini, Ferrari en Lancia en hun concurrenten Porsche, Triumph en Jaguar deden er alles aan om de meest opvallende, de meest aërodynamische, de snelste en de krachtigste auto te bouwen. Sportwagens als de Lamborghini Countach gingen van 0 naar 100 km/u in slechts 5 seconden en bereikten een topsnelheid van 300 km/u.

Anderzijds werden die benzine verslindende auto’s ook minder populair door de stijgende olieprijzen als gevolg van de oliecrisis in 1973. Hierdoor werden autoproducenten genoodzaakt zuiniger modellen te maken.

Japan ontpopte zich in de jaren ’70 tot een van de belangrijkste aanbieders in het automobieldesign. Dit geldt ook voor de motorfiets. Deze markt wordt zelfs vandaag nog altijd door de Japanners gedomineerd. Dit is te danken aan de inspanningen van Yamaha, Honda, Suzuki en Kawasaki. De Japanners waren ook de wereldleider in de ontwikkeling van nieuwe technologieën op gebied van electronica en beeldvorming. Bedrijven die op dat vlak actief waren, zoals Nikon, Olympus, Sony en Sharp, zijn echte multinationals geworden. Hun producten kregen stuk voor stuk een hightech-look mee.

In de grafische wereld, de mode en de productie van meubels gingen jonge Japanse designers steeds meer een belangrijke rol spelen. Ze waren bij de eersten die het belang van de computer in het designproces gebruikten.

De microchip

Een zeer belangrijkste uitvindingen van deze eeuw: de microchip, werd oorspronkelijk bedacht in het begin van de jaren ’70 door de Amerikaan Jack Kirby van Texas Instruments. Duizenden componenten worden ondergebracht in een enkel siliciumschijfje dat slechts enkele millimeter groot was. Zonder deze uitvinding zou een computer de ruimte innemen van een doorsnee kamer en zou een zakrekenmachientje de proporties aannemen van een kleine auto.

De microchiptechnologie is vandaag thuis en op het werk een alledaagse techniek geworden: in telefoontoestellen, wasmachines, videorecorders en auto’s. Een klassiek voorbeeld van de toepassing van deze nieuwe technologie is de in 1979 ontworpen walkman van Sony. Men verwachtte van dit product geen groot succes, omdat het niet kon opnemen. Maar het werd enorm populair en het werd talloze keren gekopieerd.

In de industrie was de microchip verantwoordelijk voor de verdwijning van het monotone bandwerk van de arbeiders. Hun werk werd immers overgenomen door robots.