Design tussen 1980 en 1990

Design tussen 1980 en 1990

Technologische vooruitgang

De technologische vooruitgang bracht grote veranderingen teweeg in het voorlaatste decennium van de 20ste eeuw. Het computertijdperk was definitief van start gegaan en designers gebruikten almaar meer gesofisticeerde programma’s voor hun productontwerpen, die voordien getekend of met de hand gemaakt werden.

Aan de grafische ontwerpers bood die nieuwe technologie en resem geheel nieuwe mogelijkheden voor typografie en fotoreproductie.

Computertechnologie

Het gebruik van de computer thuis werd in de jaren ’80 geïntroduceerd. Een trend die in de jaren ’90 razendsnel doorzette. De eerste personal computer (pc) werd door IBM ontwikkeld in de late jaren ’70 en werd in 1981 op de markt gebracht onder de naam IBM Pc.

De echte doorbraak kwam er pas met de Apple Macintosh in 1984. Die verhoogde de gebruiksvriendelijkheid van de homecomputer en introduceerde de vandaag alomtegenwoordige muis.

De compactdiscs (cd’s), die hun intrede deden in 1982, hebben voor een ware revolutie in de muziekindustrie gezorgd. Cd’s nemen informatie digitaal op, dit wil zeggen als een reeks cijfers. De opgeslagen informatie wordt gelezen en vertaald door een laserstraal, waardoor de muziek heel duidelijk kan worden gereproduceerd.

In veel huisgezinnen heeft de cd op tien jaar tijd de vinylplaat volledig verdrongen. Geluid is niet het enige soort informatie dat kan worden opgeslagen op een cd. Tekst en beelden en zelfs videofragmenten kunnen er eveneens opgeslagen worden.

Die informatie wordt dan afgelezen door de zogenaamde cd-romspeler, die in 1985 werd uitgevonden door de Nederlandse elektronicagigant Philips en die samen met Sony op de markt werd gebracht. De cd-rom is in essentie een cd die gebruikt wordt voor computers en die duizend keer meer informatie kan opslaan dan een floppydisk. D

e afkorting ROM staat voor ‘Read only Memory’ (Lees alleen Geheugen), waarmee wordt bedoeld dat de informatie alleen kan worden gelezen en dat er niets aan kan worden toegevoegd of veranderd. De cd-rom veroverde de markt pas in het begin van de jaren ’90.

De wereld als dorp

De term ‘global village’ (de wereld is een dorp) werd gebruikt toen de nieuwe technologie het mogelijk maakte om met elk deel van de wereld onmiddellijk in contact te komen. Faxmachines werden een vertrouwd beeld in kantoren.

Modems en E-mail (elektronische post) maakten het mogelijk om via de computer onmiddellijk en goedkoop met elkaar te communiceren.

Satellieten werden in de jaren ’60 in Amerika door de NASA (de National Aeronautics and Space Administration) ontwikkeld.

In de jaren ’80 cirkelden er al duizenden van die satellieten rond de aarde. Ze werden gebruikt voor telecommunicatie en voor televisie-uitzendingen.

Een andere uitvinding, de draadloze of draagbare telefoon, was een uitvinding van het Zweedse bedrijf Ericsson, dat dit product in 1979 op de markt bracht. Sinds de jaren ’80 veroverde het zowat de ganse wereld..

Punk en het Britse design

In de late jaren ’70 ontstond in Groot-Brittannië een nieuwe agressieve straatcultuur, de punk. Ze zou, in een mildere vorm, in de jaren ’80 de grafische wereld, de mode en de cultuur in het algemeen beïnvloeden.

In de mode vertaalde de piratencollectie van Vivienne Westwood uit 1981 die punkcultuur in een succesvolle modetrend. De collectie betekende ook de revival van de Britse mode, die zijn plaats terugkreeg op de internationale catwalks.

Punk had ook een grote invloed op de grafische New Wave-kunst waarvan de controversiële ontwerpen van platenhoezen voor de Sex Pistols van Jamie Reid en het magazine i-D van Terry Jones schoolvoorbeelden zijn. Dat shockeffect van de punk vinden we ook terug in de meubelontwerpen van Ron Arad en in het industriële design van Daniel Weil.

Memphis

De belangrijkste designgroep van het decennium was ongetwijfeld Memphis. De drijvende kracht achter die groep was Ettore Sottsass, die in 1980 de radicale Studio Alchimia verliet. Hij liet zich omringen door een groep van internationale architecten en door ontwerpers van meubels, stoffen en ceramiek.

Leden van die groep waren o.a. Andrea Branzi, Martine Bedin, George Sowden (1942), Peter Shire, Michael Graves, Javier Mariscal (1950) en Matteo Thun. Hun werk werd voor het eerst tentoongesteld in 1981 op de Milanese meubelbeurs, waar het onmiddellijk een succes werd, hoewel sommige critici het als smaakloos bestempelden.

Memphis was een echte postmodernistische groep omdat zij elementen ontleende aan heel verscheiden perioden en stromingen, van de klassieke oudheid tot de kitsch van de jaren ’50. Ze maakte gebruik van verrassende en vernieuwende, vaak uitdagende en uitzinnige kleuren en legde eerder de nadruk op het uitzicht en de betekenis van een object dan op de functie ervan.

Wat begonnen was als een discussiegroep groeide al snel uit tot een enorm commercieel succes. Maar de ideeën van de groep Memphis, die de buitensporige aspecten van het postmodernisme belichaamde, waren snel uitgeput.

Universeel design

Diametraal daartegenover bevond zich Ergonomi Design Gruppen, een adviesbureau voor industrieel design dat in 1979 in Zweden werd opgericht door Maria Benktzon (1946) en Sven-Eric Juhlin (1940). Het bureau specialiseerde zich in het ergonomisch vormgeven van gebruiksvoorwerpen, vooral voor mensen met een fysieke handicap.

Een van de bekendste voorbeelden hiervan was het Eet/Drinkbestek, waarin de filosofie dat ‘de noden en wensen van de gebruiker de basis van het project zullen zijn’ duidelijk naar voren kwam. Ondanks de aandacht die er in de jaren ’80 en ’90 aan werd besteed, is het universele design of design voor mindervaliden, zoals het ook wel genoemd wordt, nog altijd een sterk verwaarloosd terrein.

De belangstelling voor dit soort design zal in de komende jaren ongetwijfeld toenemen, aangezien een almaar groter deel van de bevolking uit ouderen zal bestaan. De computertechnologie wordt ook toegankelijker en biedt dan ook ongekende mogelijkheden voor een groter deel van de bevolking.

Een mooi voorbeeld hiervan is de vooraanstaande Britse wetenschapper Stephen Hawking die sinds zijn 20ste zwaar gehandicapt is hij kan niet spreken, schrijven of lopen en toch in staat is te werken en te communiceren dankzij een stemcomputer.

Sociale wetenschap

‘Design for need’ ging van start als een internationaal congres dat in 1976 plaatsvond in Londen. Men wees erop dat design meer begaan moest zijn met het milieu en zich ook moest toeleggen op specifieke problemen in ontwikkelingslanden. De designers hadden zich immers te lang toegespitst op productie en consumptie.

De milieuproblematiek in de jaren ’80 liet ook de designers niet onberoerd, zodat zij zich meer gingen toeleggen op groene thema’s. Zij ontwierpen bijvoorbeeld producten die gerecycleerd konden worden.

De Franse ontwerper Philippe Starck, die een van de bekendste ontwerpers uit de jaren ’80 werd, creëerde zijn Louis 20-stapelstoelen, waarvan de poten niet aan de zitting gelijmd waren, maar eraan vastgeschroefd. Op die manier konden de verschillende onderdelen van elkaar worden gehaaid en opnieuw worden gebruikt.

Designers werden er zich stilaan van bewust dat ze een belangrijke rol te vervullen hadden in het vinden van oplossingen voor wereldwijde problemen.