Conclusie

Conclusie

Positieve en negatieve aspecten

Degenen die, na het lezen van onze (summiere) opsomming van alle mogelijke oplichtingen met niet-authentieke kunst, besloten hebben om ver weg te blijven van de kunst- en antiekmarkt, kunnen we toch (gedeeltelijk) geruststellen: er zijn (grote) problemen, maar er kunnen nog altijd goede zaken gedaan worden en de waar die verhandeld wordt, is in vele gevallen zo prachtig, dat het zonde zou zijn om er zich ver van af te houden.

Natuurlijk wil dit niet zeggen dat wij, zoals de meerderheid van de veilinghuizen en handelaars, onze kop in het zand willen steken en meedoen aan de samenzwering van het stilzwijgen van de kunstmarkt, wanneer een vervalsing ontdekt wordt. Dit is trouwens één van de redenen waarom het zo moeilijk is om dit probleem uit te roeien.

Andere redenen zijn:

  • de onwil van de slachtoffers om klacht in te dienen of een rechtszaak aan te spannen
  • de lage prioriteit die sommige parketten en politiediensten geven aan de aanpak van dit fenomeen (met uitzondering van Brussel!),
  • problemen met de expertises (partijdigheid experts, tegenstrijdige expertises, … ),
  • vervalste of afwezige “provenance” en tot slot
  • een gebrek aan wetgevend initiatief.

Sympathieke rebellen tegen een corrupt systeem

We zouden hier nog aan toe kunnen voegen dat de vervalsers in de media en door het grote publiek meestal aanzien worden als sympathieke rebellen tegen een corrupt systeem. Denken we maar aan Real Lessard, die nu zijn werken onder eigen naam verkoopt voor veel geld of nog Geert Jan Jansen, die niet alleen een boek geschreven heeft, maar sinds kort ook opnieuw een kunstgalerij in Amsterdam uitbaat, waar hij trots zijn schilderijen in de trant van Botero, Appel, … tentoonstelt en verkoopt. Zo vindt men bijvoorbeeld ook op het Vossenplein in Brussel een gedenkplaat voor de vervalser “William l’ Anglais” die de markt overspoelde met zijn vervalste schilderijen, maar die bij zijn dood toch deze gedenkplaat gekregen heeft, die zelfs onthuld werd door de burgemeester van Brussel!

Zachte vorm van misdaad

In vergelijking met de geweldscriminaliteit die soms onze steden teistert, gaat het hier natuurlijk om een “zachtere” vorm van misdaad, maar we mogen toch niet uit het oog verliezen dat dit voor de kunst- en antiekmarkt een serieus probleem is. Niet alleen jaagt men immers potentiële kopers weg, maar soms kan zelfs de verkoopwaarde van een artiest aangetast worden, doordat de vele vervalsingen van zijn werk een gebrek aan vertrouwen genereren.

Complexiteit van deze materie

Gezien de complexiteit van deze materie, bestaat er echter geen eenvoudige oplossing. Toch zien we ruimte voor enkele maatregelen, die het begin van een goede remedie kunnen zijn.

Toekomstige handelaars zelf moeten een grotere intellectuele en culturele bagage hebben

Ten eerste is een goed geïnformeerde kunstmarkt de beste bescherming tegen de introductie van niet-authentieke stukken. Dit betekent niet alleen dat de toekomstige handelaars zelf een grotere intellectuele en culturele bagage moeten hebben, dan nu soms het geval is.

Kopers moeten meer accurate informatie vragen

Maar ook de kopers moeten meer accurate informatie vragen en krijgen over het werk dat ze willen kopen. We denken hier dan meer in het bijzonder aan een duidelijke opgave van de afstamming van het werk. Voor duurdere werken is dit nu soms al het geval, maar voor werken uit de middenmoot blijft dit spijtig genoeg bijna altijd achterwege.

Introductie van een éénvormig document

We zouden dan ook graag de introductie zien van een éénvormig document met relevante informatie over de artiest, het werk en de afstamming. Dit “paspoort” zou dan een volwaardige vervanger kunnen zijn van de heterocliete certificaten, die nu de kunstmarkt onveilig maken.

Voor wat betreft de kennisbevordering van de (toekomstige) handelaars juichen we beroepsopleidingen, zoals deze van SYNTRA toe. Er moet echter meer op gehamerd worden dat het werken in de kunst- en antieksector een permanente up-date van de kennis vergt en zoals we boven veelvuldig uiteengezet hebben is dit de eerste en beste verdediging tegen oplichters: wanneer men zijn materie goed beheerst, is men minder kwetsbaar.

Deontologische code voor kunst- en antiekhandelaars

We zouden ook willen pleiten voor de uitbouw van een deontologische code voor kunst- en antiekhandelaars. De UNESCO heeft in 1999 een deontologische code op punt gesteld voor “handelaars in cultuurgoederen”. Deze code werd vooral op poten gezet om de handel in geroofde kunst tegen te gaan, maar een handelaar die de vooropgestelde gedragscode volgt, zal ook o.g.v. niet-authentieke stukken een goede houding kunnen aannemen.

Het ingang doen vinden van zo’n gedragscode impliceert natuurlijk wel dat handelaars zich verenigen in één overkoepelende kamer (evenals experts trouwens), die zelfregulerend zou kunnen werken, naar analogie met de orde van geneesheren of de balie voor advocaten.

Hoewel we hier nog ver van af zijn, kan misschien de introductie van een soort kwaliteitslabel (cfr. het ISO-systeem) een uitweg bieden: wanneer één overkoepelende groep begint met de uitbouw van een goede deontologische code en daaraan gekoppeld de uitbouw van een reëel kwaliteitslabel, kan dit wervend werken. Bovendien zouden de klanten dan ook weten dat ze met een gerust gemoed bij die handelaars kunnen kopen.

Via deze deontologische code en via een uitgebreide sensibiliseringscampagne, zou het misschien ook mogelijk zijn om de verwerpelijke gewoonte van het terugnemen van niet-­authentieke kunst (die daarna terug in omloop gebracht wordt) uit te roeien. Wij weten dat vele handelaars deze gewoonte aanzien als een garantie om hun geld terug te krijgen van hun handelspartners bij problemen, maar vanuit politioneel oogpunt, en ook voor de sanering van de markt, vinden we dat deze gewoonte niet getolereerd kan worden.

Niet-authentieke stukken uit het handelscircuit nemen

Wij pleiten er dan ook voor om in plaats van een systeem waar alles toegedekt wordt en een niet­authentiek stuk vlug verkocht wordt aan een andere nietsvermoedende koper, te komen tot een systeem waarbij de handelaars (maar zeker ook de experts en de academici) onmiddellijk de politie verwittigen, wanneer ze met een niet-authentiek stuk geconfronteerd worden. Samen met de politie zouden de actoren van de kunstmarkt ervoor moeten zorgen dat dergelijke stukken verdwijnen uit de markt of op zijn minst als niet­-authentiek geboekstaafd blijven.

Fake Art Register beheerd door KIK

Daarom pleiten wij met de Australische professor Ken Polk voor de invoering van een soort Fake Art Register. In plaats van de informatie angstvallig voor zichzelf te houden, zouden we graag zien dat de handelaars, academici en experts in de toekomst alle informatie, die ze in handen krijgen over niet-authentieke stukken, op een dergelijk register zouden plaatsen. Dit register zou moeten openstaan voor iedereen, zodat men met kennis van zaken zou kunnen kopen op de antiekmarkt.

De uitbouw van zo’n register zal niet van een leien dakje lopen. Er zijn nu al enkele initiatieven in die richting op het Internet, maar zonder veel resultaat. We vrezen dat het dode letter zou blijven, indien we het overlaten aan de goodwill van de kunst- en antiekmarkt.

Daarom vinden we dat dit register door een onafhankelijke instelling zou moeten beheerd worden, zoals het KIK (Koninklijk Instituut voor Kunstpatrimonium). Dit zo trouwens een opportuniteit kunnen zijn om het KIK uit te bouwen tot een volwaardig onafhankelijk expertise-orgaan, dat als overkoepelende organisatie zou kunnen fungeren voor de vele “expertengroepen, en – kamers” die nu bestaan. Bovendien heeft het KIK nu al de nodige kunsthistorische en wetenschappelijke expertise in huis om die rol ten volle te vervullen. Het beschikt trouwens over een gigantisch archief.

Wet op de Handelspraktijken

Tot slot, zou het volgens ons ook absoluut nodig zijn om de Wet op de Handelspraktijken te veranderen, zodat de openbare verkopingen van kunst- en antiekvoorwerpen eindelijk wettelijk geregeld worden. Er zou hierbij zeker de nadruk gelegd moeten worden op de verantwoordelijkheid van de veilinghuizen in verband met de authenticiteit van de stukken die ze veilen.

Trouwens niet alleen de Wet op de Handelspraktijken zou moeten aangepast worden, samen met Janpiet Callens pleiten we voor een wetswijziging van het Strafrecht, zodat de verkoop van niet-authentieke stukken een zelfstandig misdrijf wordt met een eigen strafmaat en met eigen regels voor de inbeslagname (en eventueel vernietiging) van de vervalste stukken.

Raadgevingen van experts

Wij zijn er ons van bewust dat dit verlanglijstje niet onmiddellijk zal uitgevoerd worden, daarom willen we intussen aan de beginnende kunstliefhebber en – antiekhandelaars nog de volgende raad meegeven:

  • Koop kunstwerken niet vanwege de naam die erop staat, maar om de intrinsieke kwaliteit die ze uitstralen
  • Stel een limiet voor wat betreft de investering, waartoe je bereid bent, zowel op veilingen en brocantes, als bij andere handelaars.
  • Koop alleen werken van kunstenaars, scholen of tijdsperiodes die je goed bestudeerd hebt. Wees trouwens niet te trots om raad in te winnen.
  • Nooit op te veel paarden tegelijk wedden. Wanneer er meerdere werken zijn die je interesseren, kies er één uit en ga ervoor.
  • Bij twijfel: laat vallen.
  • Laat je niet meeslepen door opgelegde tijdsdruk of door aanwezige concurrenten. Neem de tijd, alvorens tot een aankoop over te gaan

Wij hopen tot slot dat we in ons opzet geslaagd zijn en dat dit overzicht een hulp kan zijn voor de beginnende particuliere koper en de antiekhandelaar om geen slachtoffer te worden van diegene die de kunstwereld onveilig maken.


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel