De affaire van Meegeren

De affaire van Meegeren

Een goed voorbeeld hiervan is de affaire Van Meegeren. Han Van Meegeren was een middelmatige Nederlandse schilder, die tijdens het Interbellum door trachtte te breken als kunstschilder, maar steevast door de critici afgekraakt werd voor zijn te academische stijl.

Hij waagt zich aan een imitatie van Frans HALS, die kunsthistoricus C. Hofstede de Groot laaiend enthousiast maakt zoadat hij zelfs een schilderij koopt voor zijn eigen collectie. Van Meegeren stort zich op het werk van Vermeer. Voor het maken van zijn werken van Vermeer, gebruikt hij een mengsel van kunsthars en etherische olie als bindmiddel voor de verf die hij aanbrengt op een 17de eeuws doek, waar hij de originele verflaag van afgeschraapt heeft. Vervolgens verhit hij het voltooide schilderij gedurende vier uur op 1200 C. Wanneer de verf keihard geworden is, rolt hij het doek om een stok, zodat er craquelures ontstaan.

In augustus 1937 biedt hij een werk zogezegd van Vermeer te koop aan: het gaat om “De Emmaüsgangers”. Het werk wordt verkocht aan het Museum Boymans in Rotterdam. Dit door de bemiddeling van Dr. Abraham Bredius, de hoogste autoriteit van het moment op gebied van 17de eeuwse Nederlandse kunst, Ze betalen er de som van 520.000 gulden voor en Bredius ontvangt 10.000 gulden voor zijn expertise. Bredius had bij het zien van het doek trouwens de volgende gevleugelde woorden gesproken: “Dat is een Vermeer, een ontwijfelbare en wonderschone Vermeer”. Ook Dr. Van Thienen laat het niet na lof te uiten in zijn Vermeer­ monografie. Daarna verkoopt Van Meegeren nog twee schilderijen in de trant van De Hoogh en vijf in de stijl van Vermeer.

Ook na de inval van de Nazi’s in Nederland zet hij zijn succesvolle business voort. Dat zal hem uiteindelijk fataal worden. Na de bevrijding wordt immers een voorstelling van een overspelige vrouw zogezegd van de hand van Vermeer gevonden in de villa van Goering. Het spoor leidt naar Van Meegeren, die beschuldigd wordt van collaboratie, omdat hij nationaal cultureel erfgoed aan de vijand heeft verkocht. Voor Van Meegeren blijft er dan geen andere optie open dan te bekennen dat hij de maker is van die zogezegde Vermeer.

Om te bewijzen dat hij de Vermeer zelf gemaakt heeft en dus in feite niet schuldig is aan collaboratie, maakt hij in zijn cel zijn laatste “Vermeer”, nl. een voorstelling van Christus in de tempel. Uiteindelijk wordt hij op 12 oktober 1947 veroordeeld tot een jaar cel. Twee maanden later, overlijdt hij op 58-jarige leeftijd.

 

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel