Soorten experts

Soorten experts

Generalisten

Dit zijn de experts die zo gezegd alles aankunnen. Ze kunnen zowel expertises afleveren voor een antieke Griekse vaas als voor een werk van Floris Jespers. Dit was vroeger meer de regel dan de uitzondering. Onnodig te zeggen dat het werk van deze “experts” veelal met een korreltje zout moet genomen worden. Het gebied dat ze bestrijken is zo uitgebreid dat hun expertises nooit zo kwaliteitsvol kunnen zijn dan deze van iemand die zich bijvoorbeeld alleen specialiseert in porselein, in meubelkunst of in de schilderkunst. Zelfs daar kunnen er nog specialismen in optreden, uit een bepaalde periode of van een bepaalde artiest.

Gespecialiseerde expert in het oeuvre van één artiest of school:

Deze mensen hebben zich gespecialiseerd in het werk van één artiest of per uitbreiding van één bepaalde school. Belgische voorbeelden hiervan zijn Mevrouw Ollinger-Zinque, de oud- conservator van het Museum voor Moderne Kunst te Brussel, die gespecialiseerd is in het werk van Fernand Khnopff of nog: Mevrouw Adriaens-Pannier, op dit moment werkzaam in het Museum voor Moderne Kunst te Brussel, die gespecialiseerd is in het werk van Léon Spilliaert.

Het voordeel van deze experts is dat ze écht zich gespecialiseerd hebben in hun onderwerp en dat hun expertises over het algemeen veel waardevoller zijn dan deze van de zogenaamde “generalisten”. Het nadeel is dan weer dat zij een soort monopoly van kennis uitbouwen en dat een werk op de duur niet meer verkocht geraakt als zij hun zegen er niet over gegeven hebben.

Zelfs al zitten hier heel eerlijke en kwaliteitsvolle experts tussen, toch is dit geen gezonde situatie, want zoals een Frans adagium zegt : “Le pouvoir corrompt, mais le pouvoir absolu corrompt absolument”. Het gevaar bestaat immers dat zo een expert niet-authentieke stukken gaat authentifiëren of nog erger authentieke stukken als vals gaat bestempelen, om uiteenlopende redenen: een vergoeding die niet hoog genoeg is, antipathie tegenover de persoon die beroep doet op zijn expertise, … Wij pleiten er dan ook voor dat de kunst- en antiekmarkt weliswaar beroep doet op deze uitermate gespecialiseerde experts, maar dat hun woord niet als wet beschouwd zou worden.

Het wordt trouwens al helemaal moeilijk om uit te maken wie het gelijk aan zijn kant heeft, wanneer twee experts onder elkaar een hevig gevecht voeren over het alleenrecht van het “expertendom” van het werk van een bepaald artiest. Een voorbeeld hiervan is de animositeit tussen Ronald Feltkamp, auteur van de catalogue raisonné van het oeuvre van de Belgische schilder Van Rysselberghe en Olivier Bertrand, commissaris van de retrospectieve van het werk van Van Rysselberghe, in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel.

De éne beweert immers dat er niet-authentieke werken in de oeuvre-catalogus van zijn tegenstander staan, terwijl de andere er stellig van overtuigd is dat er valse werken op de tentoonstelling hangen, die mede door zijn opponent georganiseerd werd. Het is al erg genoeg dat deze twee experts hun gevecht binnenskamers voeren, maar wanneer het, zoals in dit geval, in de dagbladpers en in de gespecialiseerde magazines gevoerd wordt, bevordert dit niet het imago van de expert.

De “catalogue raisonne”

Dit werk heeft de bedoeling door te gaan als het gezaghebbende, ultieme naslagwerk van het oeuvre van een bepaald artiest. Deze werken worden meestal gespecialiseerde experts geschreven en daarom bekleden ze een unieke positie op de kunstmarkt. Zo heeft Mevrouw Ollinger-Zinque de “catalogue raisonné” van het werk van Khnopff geschreven. Dergelijke “catalogue raisonné” wettigt of authentifieert als het ware de werken die erin vermeld staan.

Veel privé-verzamelaars doen er dan ook alles voor om hun werken in een dergelijke beredeneerde cataloog vermeld te zien. Hierdoor stijgt de waarde van de werken uit hun verzameling.

Een “catalogue raisonné” is voor iedere handelaar een onmisbaar instrument om informatie en afkomst of de “provenance” in te winnen over een bepaald werk dat aangeboden wordt.

Toch moeten we ook hier weer voorzichtig zijn. Niet alleen is er soms betwisting over de inhoud, bovendien hebben de opdrachtgevers, financiers of uitvoerders van dergelijke cataloog soms motieven die minder verheven zijn dan enkel de “bevordering van de kunsten”. Zoals al gezegd, levert een vermelding in een “catalogue raisonné een serieuze financiële meerwaarde op. Dit kan meespelen als motief om een werk al dan niet op te nemen. Het is dan ook niet ondenkbaar dat in sommige beredeneerde catalogi werken opgenomen zijn, die niet zo authentiek zijn dan ze op het eerste gezicht wel lijken.

Vandaar onze tip aan iedere beginnende handelaar of kunstkoper: neem de “catalogue raisonné” voor wat hij is, zijnde een goed naslagwerk. Maar informeer u nog verder en doe nog meer opzoekingen, alvorens een werk te kopen .

Experts de sang

Dit is veruit de meest problematische categorie. Het gaat hier om de naaste, of soms verre familie van de artiest. Er wordt nog steeds gedacht dat zij bij uitstek de kenners zijn van het oeuvre van hun familielid. Hun expertises werden dan ook zeer serieus genomen. Na enkele schandalen hebben ze hun aura echter verloren. Meestal blijkt hun kennis gering. Het is niet omdat men als kind op zijn fietsje door het atelier van zijn grootvader gereden heeft, dat men ook alle nuances van zijn werk kent. Bovendien hebben sommige familieleden van overleden artiesten de kwalijke neiging om hun authentificatie te laten afhangen van de vergoeding die ze ervoor krijgen.

De voorbeelden zijn legio. De oplichter Femand Legros was erin geslaagd om zes certificaten te verkrijgen van Alice Derain, eveneens zes certificaten van Jeanne Modiglianien één certificaat van Berhe Vlaminck. Telkens ging het hier om vervalsingen van het werk van hun familieleden, die de malafide handelaar liet maken door handlangers (zoals al genoemde Real Lessard of de beruchte Elmyr De Hory) en die uiteindelijk toch zonder problemen als authentiek bestempeld werden door de “expert de sang”.

Buiten Jeanne Modiglianiwerd geen enkele erfgenaam in deze affaire vergoed voor haar expertise. Anders is het bijvoorbeeld gesteld met de weduwe van Wassily Kandinsky, die tekening goedkeurde, die haar man dertig jaar voor haar geboorte gemaakt zou hebben, tegen … tien procent van de waarde.

Het hoeft echter niet altijd iets te kosten. Een gekende techniek van de oplichters is de volgende: men maakt zich bij de familieleden sympathiek om zo certificaten af te troggelen of simpelweg iedere scepsis weg te nemen, wanneer de oplichters met een werk komen aandraven dat moet geauthentifieerd worden. Geert Jan Jansen vertelt in zijn boek hoe Ary Redon, zoon van Odilon Redon, uiteindelijk schilderijen goedkeurde, die pas door Jansen gemaakt waren.

Het wordt nog erger, wanneer de erfgenamen zelf een oplichting opzetten. Guy Isnard citeert het voorbeeld van Jean-Charles Millet, één van de kleinzonen van de artiest, die zelf vervalsingen liet maken en die ze met een malafide handelaar op de markt brache4.

Dat dit in België ook gebeurt, bewijst een zaak van niet-authentieke werken van Gust De Smet, die in de jaren negentig op de Belgische markt gebracht werden door een galerijhoudster. Een deel van deze werken werd verkocht met een certificaat van de neef van de artiest. Wanneer de leden van de dienst kunstcriminaliteit erin slagen om de oplichtster te betrappen op heterdaad in de woonst van deze “expert de sang“, blijkt dat hij nogal gemakkelijk certificaten afleverde, verblind door zijn verliefdheid voor de malafide galerijhoudster.

Stichtingen

Dit is een vrij recent fenomeen in de kunstwereld. Een aantal mensen (meestal erfgenamen of soms de artiest zelf) richten een stichting op die het werk van een bepaalde artiest beheert. Zo is er bijvoorbeeld de Fondazione Fontana in Italië, die het werk beheert van de artiest Lucio Fontana. In België kennen we de Fondation Folon of nog de Fondation Magritte.

Nogal wat van die stichtingen vestigen een totaal monopoly met betrekking tot de belangenverdediging van de artiest. Het spreekt vanzelf dat zij ook op het gebied van de authentificatie van werken een monopoly trachten te vestigen. In die zin treden zij een beetje op als de gespecialiseerde expert. Soms gaan ze zelfs zo ver dat een werk enkel maar mag gerestaureerd worden door de stichting, anders riskeert het zijn status van authentiek werk te verliezen.

Een voorbeeld hiervan is de al genoemde Fondazione Fontana, die zo een monopolypositie verworven heeft dat het bijna onmogelijk wordt om nog een werk van Fontana te verkopen, indien het niet goedgekeurd is door de stichting, maar die bovendien iedereen verplicht om voor restauratie bij hen aan te kloppen.

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel