Stijl- en kunsthistorisch onderzoek

Stijl- en kunsthistorisch onderzoek

Als potentiële koper enige kennis hebben

Eerst en vooral is het belangrijk als potentiële koper om toch enige kennis te hebben van de kunstvoorwerpen die men wil aanschaffen. Iemand die stilistisch het verschil niet kan onderscheiden tussen een Louis XV kast uit de 18de eeuw en een latere kopie uit de negentiende eeuw, zal natuurlijk niet ver komen. Dit geldt trouwens voor alle kunstvormen: een degelijke kennis van de stijlperiode, van bepaalde kunststromingen en van de geliefkoosde onderwerpen van een artiest is een must wil men originelen van vervalsingen kunnen onderscheiden.

Stilistische incongruenties of anachronismen

Een voorbeeld hiervan is de volgende tekening gesigneerd “L. Spilliaert 1936″. Buiten het feit dat de tekening in ieder geval kwalitatief niet hoogstaand is, weet de experte van het werk van Spilliaert, Mevrouw Adrlaens-Pannier (conservator van het Museum voor Moderne Kunst te Brussel) ons te vertellen dat Spilliaert dergelijke onderwerpen maar is beginnen schilderen en tekenen na zijn eerste verblijf in de Hoge Venen in … 1937! Hier is duidelijk een incongruentie tussen de datum die naast de signatuur staat en het thema van het werk.

Dit voorbeeld bewijst dat een degelijke kennis van artiesten die men gaat verhandelen of verzamelen soms ander onderzoek overbodig maakt. Daarom is het interessant om in sommige gevallen een kunsthistoricus of archeoloog te raadplegen die vertrouwd is met de materie of aan een museum verbonden is.

Zij kunnen immers indicaties geven van stilistische incongruenties of anachronismen door een interdisciplinair onderzoek, waarbij bijvoorbeeld rekening gehouden wordt met de heraldiek (de leer van de wapenschilden en familiespreuken), de geschiedenis van verschillende kledingstukken en iconografie (die ons meer vertellen over het voorgestelde beeld).

Soms moet echter ook beroep gedaan worden op meer wetenschappelijke methoden. Deze methoden zijn meestal duur en in sommige gevallen tijdrovend. Alvorens een beroep te doen op één of ander universitair laboratorium, kunnen we eerst ook volgende eenvoudige onderzoekingen verrichten.

Visuele controle

Een eerste stap bij een grondig onderzoek van een voorwerp is eenvoudigweg goed kijken. Sommige anomalieën (vervalsingen) zijn al met het blote oog zichtbaar. Zo heeft men bijvoorbeeld geen ingewikkelde apparatuur nodig om te zien dat er nieuwe nagels in een meubel zitten of dat er een nieuwe plank aan toegevoegd is.

Vergrootglas en loep

Een volgende stap is het gebruik van een loep of een eenvoudige microscoop. Bij keramiek kan men hiermee soms sporen van herstellingen en toevoegingen zien. Bij schilderijen kunnen toevoegingen en overschilderingen dan al duidelijk worden. Bij grafiek kan men zo de “puntstructuur” zien van offsetdruk. Een dure papieranalyse van de zogezegd antieke gravure wordt dan overbodig! Ook voor de studie van de vele inscripties, etiketten, … die meestal op oude kaders aanwezig zijn, kan de loep een nuttig instrument zijn.

Strijklicht

Omdat bij strijklicht een schaduw ontstaat, wordt de oppervlaktestructuur beter zichtbaar. Hierdoor wordt de craquelure van de verflaag en de kwaststreken beter zichtbaar. Dit verraadt soms het werk van een andere ‘hand’ dan van de ‘eigen hand’ van de kunstenaar aan wie het werk wordt toegeschreven.

Doorvallend licht

Een variante hierop is het kijken met doorvallend licht. Door het voorwerp voor een sterke lamp te houden worden watermerken zichtbaar, die ons kunnen vertellen of de tekening van een 17de eeuwse meester is of van een hedendaagse academiestudent.

Ultravioletlamp de zgn. Wood-lamp

Een ander hulpmiddel is de zogenaamde Wood-lamp, dit is een ultraviolet-lamp die een schilderij (of grafiek) laat fluoresceren in een donkere kamer. De intensiteit en de kleur van het fluoresceren in UV (ultraviolet) is voor elk materiaal verschillend. Daardoor kan men verschillende materialen herkennen in UV. Ook wordt duidelijk of bepaalde delen overschilderd zijn of niet. Men kan zelfs zien of er met de vernislaag van schilderijen of van meubilair geknoeid werd of niet. Een signatuur die op het vernis aangebracht is in plaats van eronder, zal donkerder oplichten. Bovendien kunnen er ook een aantal zaken aangebracht zijn, die duidelijk oplichten onder UV: we denken hier bijvoorbeeld aan de merktekens op de kopies van firma’s als “L’art du Faux” .

De Nederlanders Huiberts en Kooistra pleiten er voor om alle werken die bij een veilingzaal binnengebracht worden, minstens met UV -licht te beschijnen. Wij zijn het trouwens eens met hen, wanneer ze stellen dat een koper bij een handelaar ook zou moeten eisen dat het werk dat hij wil aanschaffen, onder UV -licht gehouden wordt.

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en Axel Poels
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel