Bij veilingen

Bij veilingen

Veel mensen aanzien veilingen als de ultieme authenticiteitsmachine: “maar, dat kan geen vals kunstwerk zijn, want ik heb het in een veiling gekocht”. Spijtig genoeg geeft een veilinghuis geen garantie. Het is echter wel zo dat meer gerenommeerde veilinghuizen, zoals Horta, Servarts, Beirnaert, Sotheby’s en Christie’s), een zekere kwaliteit willen aanhouden en daarom heel wat opzoekingwerk verrichten over de ingebrachte stukken. Christie’s geeft zelfs onder bepaalde voorwaarden een vijfjarige garantie. De vraag is of dit zin heeft. Een authenticiteitsverslag is immers tijdsgebonden. Het stuk kan men na de verkoop wijzigen, en dan vervalt de authenticiteit.

Catalogi van grote veilinghuizen worden over heel de wereld verstuurd en tijdens de kijkdagen gebeurt het dat experts of familieleden van de artiest zeer nauwgezet de werken bestuderen, wat natuurlijk de kans op ontdekking vergroot.

Toch trachten malafide handelaars of vervalsers hun stukken door een openbare verkoop te loodsen, juist omdat ze een “aura” van authenticiteit krijgen. Zo vertelt Geert Jan Jansen in zijn boek “Magenta – Avonturen van een meestervervalser” de anekdote van een door hem gemaakte gouache, getekend Appel, die hij binnenbrengt in een vrij groot Amsterdams veilinghuis. De vervalsing werd ontdekt en hij moest het terugnemen. Maar, zo zegt hij “over een jaar is het ongeval vergeten. En een schilderij dat afgebeeld staat in de catalogus van een voornaam veilinghuis is niet zo moeilijk te verkopen”.

Dezelfde techniek werd door de fameuze Franse oplichter Fernand Legros gebruikt. Hij trachtte geregeld schilderijen van recent overleden artiesten als Dufy of Derain door een kleinere, regionale veilingzaal te loodsen en liet ze opkopen door een medeplichtige. Op die manier creëerde hij een pedigree voor zijn valse kunstwerken.

U ziet dat men ook in veilingzalen moet oppassen. Temeer daar de Belgische veilingzalen in hun verkoopvoorwaarden, steevast hun verantwoordelijkheid afwenden op de koper en de rechter dit vaak aanvaardt:

De gedupeerde koper staat dus vrij machteloos tegenover een veilinghuis. Toch moet hij niet wanhopen. Ten eerste, heeft een vonnis van het Hof van Beroep van Luik (21.03.2005) duidelijk gesteld dat een veilingzaal zich niet mag verbergen achter het feit dat ze maar “tussenpersoon” is. Vervolgens zegt zowel het vonnis van Luik als dat van Brussel duidelijk dat boven becommentarieerde verkoopvoorwaarde enkel geldig is voor zover de veilingzaal niet op de hoogte was van de niet-authenticiteit van een werk.

Toch moeten we ook hier weer voorzichtig zijn, want de rechter kan heel meegaand zijn ten overstaan van veilingzalen:

Wij zijn dan ook van mening dat er dringend een wet dient te komen, die de openbare verkopingen van kunst- en antiekobjecten regelt en waarin de verantwoordelijkheden van de veilingzaal en haar veilingmeester strenger afgebakend worden. Men zou hier als voorbeeld het Franse systeem kunnen nemen, waarbij het ambt van “commissaire-priseur” duidelijk wettelijk geregeld is en zij werken “sous la surveillance des procureurs de la République des tribunaux de première instance’. Bovendien heeft de “commisaire-priseur” een persoonlijke verantwoordelijkheid bij het onderzoek naar de authenticiteit van de ingebrachte stukken.

In afwachting van dergelijke wet, kan de gedupeerde zich nog steeds beroepen op de artikels uit het strafrecht in verband met oplichting en bedriegerij en klacht indienen bij de politie. Er bestaat ook de mogelijkheid om op basis van de Wet op de Handelspraktijken (meer bepaald de algemene artikels over oneerlijke handelpraktijken), een schriftelijke klacht te richten aan de economische inspectie, die bij voldoende grond op haar beurt de Procureur des Konings inlicht.

Tot slot nog een woordje over de problematiek van kleinere, regionale veilinghuizen, waarmee de sectie kunstcriminaliteit al verscheidene malen geconfronteerd werd. Veel van die veilingzalen verkopen recente kopieën van werken van grote meesters (zoals Rodin, Dali, Wouters, Magritte) aan een nietsvermoedend publiek als zijnde echte.

Het gaat zelfs zo ver dat regelrechte reproducties verkocht worden als originele lithografieën. In de veilingcatalogi staat trouwens nooit vermeld dat het gaat om kopieën of recente uitvoeringen en ook tijdens de veiling zelf zal “de oproeper” dit nooit vermelden. Integendeel zelfs, hij zal de zaal nog ophitsen en de nadruk leggen op de authenticiteit van de aangeboden werken. In een veilingzaal in het Brusselse werden ongeveer negentig stukken in beslag genomen, die allen als authentiek in de catalogus vermeld stonden en als dusdanig aangeboden werden.

Tijdens de veiling zelf, hitste de “oproeper” de zaal nog op door te wijzen op de authenticiteit en het exclusieve karakter van de aangeboden waren.

Het is duidelijk dat de veilingzaal zich in dergelijk geval niet kan beroepen op de bovengenoemde verkoopvoorwaarden, die haar ontlasten van haar verantwoordelijkheid. Niet alleen gaat het hier niet om een vergissing in de beschrijving van één stuk, maar wel over de verkoop van tientallen niet-authentieke stukken, die samen een groot deel van het ganse aanbod uitmaken.


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel