Theoretische overwegingen

Theoretische overwegingen

Wettelijke bepalingen

Het is belangrijk te weten dat de vervalsing van een kunstwerk als dusdanig niet strafbaar gesteld is. Bij vervalsing van documenten, zal de strafrechter een veroordeling kunnen uitspreken op basis van de wetsartikelen die valsheid in geschriften strafbaar stellen. Bij het vervalsen van een kunstwerk is dit echter niet het geval. Zelfs het nabootsen van een signatuur op een schilderij, wordt niet aanzien als valsheid in geschriften.

Dit blijkt ook duidelijk uit een vonnis van de correctionele rechtbank van Brussel (van 08.11.1995), waarin gesteld wordt. «Qu’il s’ensuit que l’apposition d’une fausse signature sur une oeuvre d’art n’est pas un faux en écritures, parce que le tableau, la statue, la gravure n’est pas un écrit faisant titre, la fausse signature n’est qu’un élément du faux, par elle-même elle n’est pas constitutive du crime de faux ( … ) il convient d’ en acquitter les différents prévenus». In tegenstelling tot nabootsen van merknamen, zoals ROLEX of VUlTTON, is het dan ook niet strafbaar om de naam van een artiest na te bootsen.

Het hierboven aangehaalde vonnis, zegt daarover: « Quant à l’infraction visée à l’article 191 du CP: Attendu que cet article a uniquement pour but de protéger la propriété industrielle et punit la fraude qui consiste à inscrire le nom d’un industriel sur les produits qui ne sortiraient pas de ses ateliers, qu’il ne peut dés lors être étendu aux oeuvres artistiques ( … ) attendu que s’il est vrai que comme le souligne la partie poursuivante, tout au long du vingtième siècle, l’œuvre d’art et plus particulièrement le tableau est devenu un bien d’investissement, voire de spéculation et que la signature de l’artiste a pu devenir une composante majeur de la valeur dudit bien, il n’en reste pas moins que l’article 191 du Code Pénal s’applique aux «objets fabriqués» industriellement et non à l’objet unique que constitue une œuvre d’ art ( … )» . Aangezien de strafwet het vervalsen van bepaalde elementen van een kunstwerk niet strafbaar stelt, lijkt het ons dan ook beter om te spreken over een niet-authentiek kunstwerk, dan over een vals werk.

Niet-authentiek werk bezitten en namaken

Volgens de strafwet mag je in het bezit zijn van een niet-authentiek kunstwerk. Ook het maken van een niet-authentiek werk is niet verboden. Dit is ook logisch: anders zouden academiestudenten geen kopies meer mogen maken van een werk van een grote meester. En museashops zouden geen reproducties meer mogen verkopen van meesterwerken uit hun museum. Iedereen kan dus een kunstwerk namaken en zelfs er een perfecte kopie van maken, zonder vervolgd te worden.

Er zijn dan ook firma’s die hier handig gebruik van maken en die niet alleen gewone reproducties maken via het offsetprocédé, maar die zelfs een schilderij perfect te laten kopiëren door een andere artiest. De Parijse firma “L’ART DU FAUX” van Christophe PETYT geeft werk aan ca. 80 “leveranciers”, die werken van grote kunstenaars naschilderen met nieuw materiaal, maar die vervolgens wel op een artificiële manier verouderd worden. De schilderijen worden wel gemarkeerd, zodat ze niet voor echt werk kunnen verkocht worden. Ieder doek krijgt een niet te verwijderen merk op de achterkant en als bijkomende bescherming wordt er een klein gouden blad verborgen in het werk zelf.

Christophe PETYT is al voor de rechter gedaagd door de nazaten van Claude MONET en door het Toulouse-Lautrec Museum in Albi, maar hij heeft de rechtszaak gewonnen. Er werd duidelijk gesteld dat artiesten, die meer dan 70 jaar overleden zijn, gekopieerd kunnen worden, maar het werk mag niet verkocht worden als authentiek. Het gebeurt trouwens dat de eigenaar van een origineel werk bij PETYT (of een andere firma) een kopie laat maken, omdat hij schrik heeft dat zijn origineel stuk gestolen zou worden. Het origineel verdwijnt dan in de brandkast en de kopie prijkt aan de muur.

Niet lang na de spectaculaire diefstal van de werken van MUNCH in Noorwegen, werden dieven, die twee andere werken van MUNCH uit een hotel in Oslo stalen, op deze manier op het verkeerde been gezet: opgeschrikt door de grote MUNCH ­roof, had de hoteldirectie immers besloten om de originelen te vervangen door kopieën.

Een schilderij mag vals zijn, zolang ze niet voor authentiek verkocht wordt

Het wordt anders, wanneer men niet-authentieke kunstwerken verkoopt als authentieke. Zoals een uitspraak van de Correctionele Rechtbank van Dendermonde (van 15.09.1983) het goed samenvat: “Een schilderij mag vals zijn, zolang ze niet voor echt verkocht wordt’. Het gaat hier dan om een oplichting (of poging tot), dat strafbaar gesteld wordt door artikel 496 SW:

Oplichting is echter niet de enige inbreuk die kan weerhouden worden. Strafbaar is ook de “bedriegerij betreffende de identiteit, de aard en/of de oorsprong van de verkochte zaak (art. 498 SW)

Daarnaast is er ook nog de Wet op het Auteursrecht, waarvan art. 80 duidelijk stelt dat: “hij die kwaadwillig of bedrieglijk inbreuk pleegt op het auteursrecht en de naburige rechten, is schuldig aan het misdrijf van namaking. Hetzelfde geldt voor de kwaadwillige of bedrieglijke aanwending van de naam van een auteur of van een persoon die een naburig recht geniet, of voor enig door hem gebruik distinctief kenmerk om zijn werk of prestatie aan te duiden. De aldus tot stand gebrachte voorwerpen worden als nagemaakt beschouw. Hij die voorwerpen, wetende dat zij nagemaakt zijn, verkoopt, verhuurt, te koop of te huur stelt, in voorraad heeft voor de verkoop of de verhuur of in België invoert voor commerciële doeleinden, is schuldig aan hetzelfde misdrijf (. . .)”

Dubieuze handelaars kunnen dus vervolgd worden voor het plegen van valsheid in geschriften, wanneer ze bij de frauduleuze verkoop van niet-authentieke werken, ook nog eens valse certificaten, valse authenticiteitverklaringen, valse expertiserapporten voegen.

Als voorbeeld kunnen we de tekening “Portret van Mevrouw STOKIS” van Fernand KHNOPFF, aanhalen welke aangeboden werd als zijnde authentiek voor de prijs van 10.000 EURO. De handelaar verklaarde dat het werk door een toonaangevende expert was gezien en goed bevonden. Het werk maakte deel uit van een grote verzamelaar uit Parijs. Dit werd bevestigd aan de hand van een kopie van de inventaris van de collectioneur. Het werk was ook als publiciteit gebruikt in het Oostenrijkse veilinghuis Dorotheum, maar niet verkocht.

Vol vertrouwen werd het werk gekocht door een goedgelovige koper. De koper stak het na een jaar in een veiling bij Sotheby’s. De toonaangevende expert herkende het werk in de cataloog en nam contact op met Sotheby’s om te melden dat het werk niet-authentiek was. De aanbieder werd gewaarschuwd. Hij diende klacht in.

Uit onderzoek bleek dat nog meer vervalsingen van grote kunstenaars werden aangeboden door deze handelaar. Hij had het Portret van Mevrouw STOKIS gekocht op een brocantemarkt. Er een passend kader omgedaan. En een zelf gemaakt etiket van de verzamelaar op aangebracht. De naam van de verzamelaar was zelfs verzonnen. Het was de naam van een plaatselijk kaderwinkeltje. De inventaris van de collectioneur had hij volledig verzonnen en eigenhandig getypt met een oude typmachine. Bij een huiszoeking werden nog tientallen niet-authentieke werken van grote kunstenaars gevonden.

Na een lang verhoor bekent de malafide handelaar dat hij sinds enkele jaren geregeld niet-authentieke werken verkoopt aan argeloze, gefortuneerde klanten. Als excuus haalt hij telkens aan dat de zaken slecht gaan en verplicht is voor een lagere prijs te verkopen, wil hij overleven.

De malafide handelaar wordt op dit moment vervolgd voor zowel oplichting (voor de verkoop van niet-authentieke stukken) als valsheid in geschriften (voor zijn fameuze inventaris van de “collectie van René STOKIS“).

Conclusie

Had de koper navraag gedaan bij de expert en gecontroleerd of de Parijse verzamelaar wel degelijk bestond dan had dit niet kunnen gebeuren. Met andere woorden wie nakijkt of de provenance klopt, ontdekt meestal of het stuk authentiek is of niet.

 


© Copyright by Antiekexpert Karel Waegemans en
Axel Poels 
Hoofdinspecteur van de dienst kunstcriminaliteit van de Federale Politie Brussel