Waardebepalingen antiek verkopen antiek kopen
Antiekexperten.com

Marcel Lajos Breuer

Marcel Lajos Breuer

Overzicht actieve loopbaan

Hongarije  I  Architect en meubel- en productdesigner  I

Marcel Lajos Breuer (1902-1971) kreeg in 1920 een studiebeurs, waardoor hij kon gaan studeren aan de Akademie für Bildende Künste in Wenen. Omdat ontevreden was, ging hij werken voor een Weens architectenbureau.

Van 1920 tot 1923 volgde hij de basiscursus meubelmakers- opleiding aan het Staatliches Bauhaus in Weimar.
In deze periode ontwierp Breuer zijn African chair (1921) en zijn Slatted chair (1922-1924).

Toen hij afgestudeerd was, ging hij naar Parijs, waar hij voor een architectenbureau ging werken.
Na zijn terugkeer werd Breuer “jonge meester” en werd hij benoemd tot hoofd van de meubelmakerij van het Bauhaus, toen al verhuisd naar Dessau.

Daar ontwierp hij zijn eerste stalenbuisstoel B3 (1925). Dit vernieuwende materiaal koos hij, omdat hij zijn pas gekochte Adler-fiets zo mooi vond.

Vervolgens ontwierp Breuer een hele serie meubilair met stalen buisframes, waaronder stoelen, tafels, krukjes en kasten, die geproduceerd en gedistribueerd werden door Standard-Möbel in Berlijn.

Stalenbuisframes hadden als voordeel betaalbaarheid, hygiëne en een veerkracht die zonder gebruik van veren voor comfort zorgde. Breuer beschouwde zijn ontwerpen als noodzakelijk voor een moderne levensstijl.

Aan het Bauhaus ontwierp Breuer tevens de interieurs en het meubilair voor het nieuwe scholencomplex en de huizen van de meesters. Zijn stoel 83 of Wassily-stoel is oorspronkelijk ontworpen voor Wassily Kandinsky’s woning.

Naast gestandaardiseerd meubilair, ontwierp hij in 1926 ook een gestandaardiseerd metalen huisje. Een jaar later zijn huis Barnbos. In datzelfde jaar maakte hij een grafische voorstelling van de evolutie van zitmeubilair, die hij besloot met zijn dematerialisatie-ideaal van zitten op “veerkrachtige zuilen van lucht”. Breuer doceerde tot 1928 aan het Bauhaus.

Hij leidde de volgende drie jaar ook een architectenbureau in Berlijn. Bauhausstudent Gustav Hassenpflug was bij hem in dienst. In deze periode bleef Breuer meubilair, interieurs en warenhuizen ontwerpen. Deze bouwprojecten werden niet altijd gerealiseerd.

De Deutscher Werkbund gaf in 1930, hem opdracht de interieurs te ontwerpen voor de Duitse afdeling van de tentoonstelling ‘société des Artistes Décoratifs Français”. Door de economische achteruitgang besloot Breuer in 1931 naar Zuid­Frankrijk, Spanje. Griekenland en Marokko te reizen.

Het volgende jaar werkte hij het Harnischmacher Haus in Wiesbaden, zijn eerste architectuuropdracht, af. Ook ontwierp hij de meubelzaak Wohnbedarf in Zürich.

Twee jaar later ontwierp hij samen met Alfred en Emil Roth de Doldertal Häuser, een tweetal experimentele flatgebouwen in Zürich, voor Sigfried Giedion de oprichter van het bedrijf Wohnbedarf.

Van 1932 tot 1934 ontwikkelde Breuer een serie flexibel meubilair met behulp van een gepatenteerde constructiemethode die bestond uit platte stroken metaal en aluminium. Deze serie metalen meubilair werd vervaardigd door Embru en verkocht door Wohnbedarf. In 1933 en 1934 bezocht hij Zwitserland en werkte hij in Budapest met Farkas Molnár en Josef Fischer aan een architectuurproject dat nooit werd gerealiseerd.

Om aan de nazi’s te ontsnappen, hij was een Hongaarse Jood, emigreerde Breuer in 1935 naar Londen, waar hij aanvankelijk samenwerkte met architect F.R.S. Yorke. Samen voerden ze in 1936, verschillende opdrachten uit, waaronder huizen in Sussex, Hampshire, Berkshire en Bristol en het Gane Pavilion in Bristol. Hierin combineerden ze hout met een plaatselijke steensoort. Totaal iets anders dan de Bauhaus-esthetiek van staal en glas. Breuer en Yorke ontwierpen ook een “Civic Centre for the Future”, dat nooit gerealiseerd werd.

Als hoofdontwerper van lsokon, produceerde Breuer tussen 1935 en 1937 vijf multiplex meubelontwerpen die variaties waren van zijn eerdere metalen ontwerpen. Deze Isokon-ontwerpen waren geïnspireerd op Alvar Aalto’s populaire multiplex meubilair, dat in 1933 in Groot-Brittannië was tentoongesteld. Drie jaar later, in Londen, ontwierp Breuer ook een reeks multiplex meubilair voor Heal & Sons.

In 1937 verhuisde Breuer naar de VS, nadat Walter Gropius hem een positie had aangeboden als hoogleraar aan de School of Design van de Harvard University in Cambridge, Massachusetts. Daarnaast zetten ze samen een architectenbureau op in Massachusetts, waar ze het Pennsylvania Pavilion voor de wereldtentoonstelling in New York in 1939 en verschillende privé-woningen ontwierpen, waaronder Gropius” eigen huis.

Breuer begon in 1941 zijn eigen architectenbureau na het beëindigden van hun samenwerking. In 1946 verhuisde het naar New York.

Aan het eind van de jaren ‘40 en in de jaren ‘50 ontwierp Breuer zo’n zeventig privé­woningen, voor het merendeel in New England.

In 1947 bouwde hij een huis voor zichzelf in New Canaan, Connecticut.

Het Museum of Modern Art in New York begon in 1947 een reizende tentoonstelling van zijn werk. Het vroeg hem het volgende jaar een goedkoop huis op het museumterrein te ontwerpen, dat in de behoeften van een gemiddeld Amerikaans gezin zou voorzien. Hij gebruikte hiervoor betaalbaar multiplex meubilair.

In 1953 werkte Breuer mee aan het nieuwe UNESCO-gebouw in Parijs en ontwierp hij de Bijenkorf in Rotterdam.

In 1956 richtte hij Marcel Breuer and Associates in” New York op. In deze tijd koos hij, net als Le Corbusier, voor beton als bouwmateriaal. Hij gebruikte dit materiaal bij zijn ontwerp in 1966 van het monumentale Whitney Museum of American Art in New York op een zeer plastische en vernieuwende manier.

Breuer mag beschouwd worden als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Modernisme. Met zijn betaalbare meubelontwerpen oefende hij een aantrekkingskracht uit op een zeer grote groepen mensen. Getuigen van zijn meesterlijke esthetiek en productiemethoden zijn de stoel B3 en de zeer populaire stoel B32 of Cesca (uit 1928).

 
oooOooo

    Chronologisch overzicht

       Data,    Activiteiten / Ontwerpen

  • 1920, Studeert aan de Akademie für Bildende Künste in Wenen.
              Werkt bij Weens architectenbureau
              Studeert aan Staatliches Bauhaus in Weimar
  • 1921, Ontwerp African chair
  • 1922, Ontwerp Slatted chair
  • 1923, Werkt in Parijs bij een architectenbureau
  • 1924, ‘Jonge meester’ en hoofd van de meubelmakerij van het Bauhaus in Dessau
  • 1925, Ontwerp stalen buisstoel 83
              Serie meubilair met stalen buisframes, waaronder stoelen, tafels, krukjes en kasten
              door Standard-Möbel in Berlijn
              Interieurs en het meubilair voor het nieuwe scholencomplex en de huizen van de meesters van het Bauhaus
              Stoel 83 of Wassily oorspronkelijk ontworpen voor Wassily Kandinsky’s woning
  • 1926, Gestandaardiseerd metalen huisje
  • 1927, Ontwerp van zijn huis Barnbos
              Grafische voorstelling van de evolutie van zitmeubilair
              Doceert aan het Bauhaus
  • 1928, Leidt architectenbureau in Berlijn samen met Gustav Hassenpflug tot 1931)
              Ontwerp stoel 83
              Ontwerp stoel 832 of Cesca
  • 1930, Ontwerp interieurs voor de Duitse afdeling van de tentoonstelling ‘Société des Artistes Décoratifs Français’
              een opdracht van de Deutscher Werkbund
  • 1931, Sluiting bureau in Berlijn
              Reis naar Zuid­Frankrijk, Spanje. Griekenland en Marokko
  • 1932, Eerste architectuuropdracht, het Harnischmacher Haus in Wiesbaden
              Ontwerp meubelzaak Wohnbedarf in Zürich
              Ontwerp van een serie flexibel meubilair vervaardigd door Embru en verkocht door Wohnbedarf
  • 1933, Bezoek aan Zwitserland
              Ontwerp architectuurproject in Budapest (is nooit uitgevoerd)
  • 1934, Ontwerp Doldertal Häuser,
              Een tweetal experimentele flatgebouwen in Zürich
  • 1935, Emigreert naar Londen
              Vijf multiplex meubelontwerpen
  • 1936, Verschillende architecturale opdrachten waaronder huizen in Sussex, Hampshire,
               Berkshire en Bristol en het Gane Pavilion in Bristol
               Ontwerp ‘Civic Centre for the Future’, dat nooit gerealiseerd werd
  • 1937, Vijf multiplex meubelontwerpen
               architectenbureau op in Massachusetts, waar ze het Pennsylvania Pavilion
               voor de wereldtentoonstelling in New Vork
  • 1938, Ontwerp van een reeks multiplex meubilair voor Heal & Sans
  • 1939, Ontwerpt verschillende privé-woningen, waaronder Gropius’ eigen huis.
  • 1941, Beëindigden Gropius en Breuer hun samenwerking
              Start zijn eigen architectenbureau
  • 1946, Verhuist zijn bureau naar New Vork
  • 1947, Bouwde hij een huis voor zichzelf in New Canaan, Connecticut.
              MoMa New Vork organiseert een reizende tentoonstelling van zijn werk
  • 1948, Ontwerp zeventig privé­woningen, hoofdzakelijk in New England
              Ontwerp goedkoop huis op het museumterrein MoMa NY.
  • 1953, Ontwerp van het nieuwe UNESCO-gebouw in Parijs en
              Ontwerp Bijenkorf in Rotterdam.
  • 1956, Oprichting Marcel Breuer and Associates in’ NY
  • 1966, Ontwerp Whitney Museum of American Art in New York
oooOooo

Bauhaus
Trendsetters en actoren

Marcel Lajos Breuer  
László Moholy Nagy  
Marianne Brandt  
Mart Stam

oooOooo
DE BELANGRIJKSTE
STIJLPERIODES & DESIGNERS

Klik op onderstaande linken om
de infopagina’s te raadplegen
op deze website

Arts And Craftsbeweging
William Morris
A.W.N. Pugin
Arthur Heygate Mackmurdo
Charles R. Ashbee
Gustav Stickley

Esthetic Movement
Edward William Godwin
Louis Comfort Tiffany
François Eugène Rousseau
Christopher Dresser

Japonisme
Siegfried Bing

Art Nouveau
Hector Guimard  
Emile Gallé  
Louis Majorelle  
Victor Horta  
Henri van de Velde
Charles Rennie Mackintosh  
Richard Riemerschmid  
Josef Franz Maria Hoffmann  
Otto Wagner  
Josef Maria Olbrich  
Koloman Moser  
Antonio Gaudy y Cornet

Modernisme
Charles Edouard Jeanneret
Le Corbusier
 
Adolf Loos  
Peter Behrens  
Walter Adolph Gropius  
Ludwig Mies van der Rohe

Secession
Wiener Werkstätte
Deutscher Werkbund

Gustav Klimt  
Otto Prütscher
Bruno Paul

Art Deco
JacquesEmile Ruhlmann  
René Jules Lalique   
Donald Deskey

De Stijl
Theo van Doesburg
Jacob Johannes Pieter Oud
Gerrit Thomas Rietveld

Bauhaus
Marcel Lajos Breuer  
László Moholy Nagy  
Marianne Brandt  
Mart Stam

Moderne Stijl
Karl Emanuel Martin Kern Weber
Eileen Moray Gray  
Walter Dorwin Teague  
Raymond Fernand Loewy

Streamlining
Henry Dreyfuss

Organic Design
Frank Lloyd Wright  
Charles Alvar Aalto  
Eero Saarinen  
Charles Eames  & Ray Eames  
Pierre Paulin

Internationale Stijl
Philip Cortelyou Johnson

Modern Scandinavisch Design
Bruno Mathsson  
Josef Frank  
Arne Jacobsen  
Verner Panton  
Henning Koppel  
Borge Mogensen  
HansJorgen Wegner  
Tapio Veli Ilmari Wirkkala  
Timo Sarpaneva

Zwitserse School
Adrian Frutiger

Pop Art
Peter Murdoch

Space Age
Eero Aarnio  
Olivier Mourgue  
Marco Zanuso sr.
Richard Sapper

Antidesign
Alessandro Mendini  
Michele de Lucchi  
Ettore Sottsass jr.

Hightech
Norman Foster  
Ward Bennett

Postindustrialisme
Tom Dixon  
Ron Arad

Postmodernisme
Mario Botta  
Andrea Branzi  
Nathalie du Pasquier
Aldo Rossi  
Matteo Thun  
Shiro Kuramata
Micael Graves  
Alessandro Mendini  
April Greiman

Memphis

Deconstructivisme
Frank Owen Gehry
Daniel Weil  
Ross Lovegrove