Hightech

Hightech

Historiek

Hightech   (1972-1985)  Ook bekend als industriële stijl en Matt Black. Hightech verwijst naar een stroming die begin jaren ‘70 in de 20e eeuw ontstond in de architectuur als onderdeel van de postmodernistische vormgeving. De stijl werd geïnspireerd door de moderne technologie en gekenmerkt door visuele eenvoud en elegantie.

Men gebruikte industriële materialen of materialen die beschikbaar werden door technologische vooruitgang in de niet industriële omgeving, bijvoorbeeld industriële vloerbedekking en rubbervloeren in ziekenhuizen en fabrieken, kantoorbenodigdheden en industriële verlichtingselementen.

De naam wordt ook gebruikt voor een stilistische ontwikkeling binnen het modernisme waarbij ontwerpers nieuwe materialen gingen gebruiken, zoals glas, baksteen, metalen en plastic, in plaats van traditionele materialen zoals hout.

Britse architecten als Norman Foster en Richard Rogers waren pioniers van de hightech en beiden gebruikten industriële elementen in hun gebouwen. Het idee was de constructie niet te verbergen, maar juist opvallende ontwerponderdelen te maken die voor de constructie noodzakelijk zijn volgens L.H. Sullivans “vorm volgt functie”.

Klassieke voorbeelden van hightecharchitectuur zijn het Centre Pompidou, Parijs (197I-1977), ontworpen door Richard Rogers en Renzo Piano, en Sir Norman Fosters. Hong Kong & Shanghai Bank (1979-1988), en de interieurontwerpen van Peter Andes, Paul Haigh en Joseph Paul D’Urso.

Rogers en Renzo besloten in het ontwerp van het Centre Pompidou alle benodigde technologie buiten de glazen voorgevel te plaatsen. Zo maakten ze van de installaties in het gebouw een echte visuele esthetiek. Trappen, kabels en een stalen skelet van gekleurde buizen werden opzettelijk in het zicht van de bezoekers geplaatst.

Zo ‘n stalen constructie bleef juist altijd verborgen achter klassieke voorgevels, maar hightechontwerpers braken nu met deze traditie en dat was een nieuwe en unieke aanpak. Het Centre Pompidou werd vroeg in de hightechperiode gebouwd, maar betekende een keerpunt omdat de maximale afhankelijkheid van vorm en functie werd bereikt.

Hightecharchitectuur bleef hierna bestaan, maar niet volgens het oorspronkelijke principe. In de ontwerpen ging esthetiek steeds meer de boventoon voeren. Veel constructies werden complexer gemaakt dan nodig was en gebouwen verrezen die er steeds futuristischer en ingewikkelder uitzagen.

Er zijn nog steeds hightechgebouwen, maar tegenwoordig wordt de pure hightechstijl vermengd met klassiekere elementen.

Design van 1850 tot 1890
Design van 1890 tot 1910
Design van 1910 to 1920
Design van 1920 tot 1930

Moderne Stijl   (1920-1940)
Moderne stijl
Eileen Gray

Design van 1930 tot 1940
Design van 1940 tot 1960
Design van 1960 tot 1970

Pop-Art   (1958-1972)
Space Age   (1960-1969)
Richard Sapper

Antidesign   (1966-1980)
Alessandro Mendini
Michele de Lucchi
Ettore Sottsass jr.

Desing van 1970 tot 1980
Design van 1980 tot 2020

Memphis    (1981-1988)

Deconstructivisme   (1988 -2010)
Deconstructivisme
Frank Owen Gehry
Ross Lovegrove

 

Belangrijkste kenmerken

  • Eenvoudige, minimalistische vormgeving
  • Industriële materialen
  • Ontwerpen met een sterk technologisch karakter
  • Onderdeel van postmodernistisch design
  • Industriële materialen worden gebruikt in een non-industriële setting
  • Aanhanger van “vorm volgt functie”

Trendsetters & Actoren

High Tech

Engeland

  • Norman Foster (geb. 1935), Architect, vormgever
  • Richard Rogers (1933), Architect
  • Michael Hopkins (1935), Architect
  • Paul Haigh (1949), Interieurontwerper

Verenigde Staten

  • Joseph Paul D’Urso (1943), Interieurontwerper
  • Ward Bennett (1917-2003), Kunstenaar, beeldhouwer, vormgever, (textiel, sieraden, interieurs)