Waardebepalingen van uw antiek en info over kunst en design
Antiekexperten.com

Secession

Secession *** Wiener Werkstatte *** Deutscher Werkbund

Historiek Secession

Ook bekend als Secessionisme (1897-1920) en Wiener Sezession. Secession was de naam voor verschillende groepen kunstenaars in Duitsland en Oostenrijk die zich hadden afgescheiden van de officiële kunstacademies omdat ze hun eigen artistieke weg wilden inslaan. Dit waren onder andere de Münchner Sezession (1892) en de Berliner Sezession (1899). De meest invloedrijke was echter de Vereinigung bildender Künstler Österreichischer Secession oftewel de Wiener Sezession.

De Wiener Sezession werd in 1897 door een groep kunstenaars en architecten opgericht die hun lidmaatschap van het Wiener Künstlerhaus hadden opgezegd. Leden van de Wiener Sezession weigerden de conservatieve normen van de academie te accepteren en volgden als onafhankelijke vereniging hun eigen creatieve ideeën. Hoewel de groep bestond uit kunstenaars en architecten ontwierp een aantal leden, onder wie Hoffmann, Moser en Olbrich, ook keramiek, meubels en metaalwerk.

De groep was opgericht om architectuur en de decoratieve kunsten dichter bij elkaar te brengen. Al spoedig werden affiches, prenten, tekeningen, glas, keramiek, metaalwerk en textiel geproduceerd en hun ideeën werden verwoord in een eigen tijdschrift, Ver Sacrum (heilige lente).

De organisatie had het in 1898 door Josef Olbrich ontworpen Secessiongebouw in Wenen als basis. Het Secessiongebouw werd uiteindelijk de permanente tentoonstellingsruimte van de groep maar was niet op tijd klaar voor de eerste expositie. Deze werd gehouden in het gebouw van het Gartenbau Gesellschaft in Wenen.

Behalve het Secessiongebouw zijn andere voorbeelden van Wiener Sezessionarchitectuur Otto Wagners ontwerp van de Weense Stadtbahn (1899-1901) en het Sanatorium Purkersdorf van Josef Hoffman (1904-1906).

In 1900 hield de groep de baanbrekende Wiener Sezessiontentoonstelling die geheel gewijd was aan de decoratieve kunsten. Er was werk te zien van Charles Rennie Mackintosh, Charles Ashbee en Henry van de Velde.

Hoewel het vroege werk van de Secession in art-nouveaustijl was, kozen de ontwerpers na deze tentoonstelling steeds meer voor rechthoekigheid, zoals te zien is aan de geometrische vorm van het Purkersdorf Sanatorium en het interieur, ontworpen door Koloman Moser.

In 1903 richtten Hoffmann en Moser de Wiener Werkstätte op die werk van de Wiener Sezessionleden produceerde en verkocht

Historiek  Wiener werkstatte

De Wiener Werkstätte, (1903-1932) Produktiv­ Gemeinschaft von Kunsthandwerkern in Wien, die in 1903 werd opgericht om de kunstnijverheid te bevorderen, kwam voort uit de Wiener Sezession. De coöperatie werd gesticht door twee Actoren van de Sezession, Josef Hoffman en Koloman Moser, en de rijke bankier Fritz Wärndorfer. De Wiener Werkstätte nam het initiatief over van de Britse arts-and-craftsbeweging, vooral van Charles Ashbee‘s Guild of Handicraft die een soortgelijke missie had.

Deze werd door Hoffmann omschreven als de behoefte “om een intieme relatie tussen publiek, de ontwerper en de handwerksman” te creëren en “om goede, eenvoudige dingen voor in huis” te maken. In de filosofie van de Werkstätte stond het streven naar gelijkwaardigheid van ontwerper en handwerksman centraal en daarom stond op alle ontwerpen van de werkplaatsen het monogram van beide.

In 1905 had de Wiener Werkstätte met zijn opvallend moderne stijl de leiding overgenomen van de Secession als progressieve Weense organisatie van handwerkslieden en had meer dan honderd arbeiders in dienst. Ze werkten in een aantal kleine werkplaatsen en eenieder hield zich bezig met zijn eigen ambacht, van het maken van kasten tot het inbinden van boeken. Er was ook een ontwerpatelier en een architectuurbureau.

In zijn bloeiperiode produceerde de Werkstätte meubels, grafiek, metaalwerk, textiel, sieraden, kleding, glaswerk, behang en keramiek van meer dan tweehonderd ontwerpers, maar ook beroemde Gesamtkunstwerke zoals Hoffmanns Sanatorium Purkersdorf (1904-1906) het Cabaret Fledermaustheater (1907) en het Palais Stoclet (1905-1911).

De vroegsecessionistische stijl van de Werkstätte werd belichaamd door de rechthoekige vorm en ingewikkelde constructie van het Palais Stoclet in Brussel. Maar vanaf ongeveer 1915 eiste de consument een luxueuzere stijl en de ontwerpen van de Werkstätte werden overdadiger, zoals het ornamentele interieuren meubelontwerp van Dagobert Peche.

In de jaren ‘20 van de 20e eeuw werkten ook vrouwen in de werkplaatsen. Verscheiden van hen kregen hun opleiding van Moser op de Wiener Kunstgewerbeschule, onder wie Therese Trethan (geschilderd meubilair) en Jutta Sika (keramiek en glas). Door de krachtige, opvallende ontwerpen die contrasteerden met het gebruik van zwart-wit en geometrische raffinement waren de Werkstättedesigns van Hoffmann en Moser een welkom tegengif voor de versieringen en uitbundigheid van de art nouveau.

De Werkstätte was oorspronkelijk in het leven geroepen om eenvoudige kwaliteitsproducten voor het huishouden te produceren. Omdat Hoffmann weigerde kwaliteit in te ruilen voor betaalbaarheid en hij toch een eersteklas product wilde leveren, waren de Werkstätteontwerpen niet aantrekkelijk voor het grote publiek en produceerden de werkplaatsen eigenlijk alleen maar modieuze decoratieve kunst voor de rijken.

De beweging bleef niet beperkt tot Oostenrijk. Door de opening van een verkoopkantoor op Fifth Avenue in New York in 1919, ontstond in de VS een geheel nieuwe markt, en hier en daar doken in de stad voorbeelden op van de nieuwe Weense stijl. Helaas werd deze door de steeds weelderiger vormgeving moeilijk te onderscheiden van de stilistische attributen van de art deco die zijn beste tijd al had gehad. De Werkstätte hield tentoonstellingen in Berlijn (1904) en Hagen (1906) in Duitsland en in Wenen en Brunn (1905) in Oostenrijk, ook deed ze mee aan de Werkbund-Ausstellung (1914) in Keulen en aan de Parijse Exposition Internationale des Arts Décoratifs (1925).

Historiek  Deutscher Werkbund

De Deutscher Werkbund  (1907-1934)  werd opgericht in 1907 met als doel de kloof tussen industrie en design te dichten. De beweging probeerde de natuurlijke vormen van de Jugendstil te vervangen door een formelere functionele en utilitaristische ontwerptaal. De groep propageerde echter niet een terugkeer naar de ambachtelijkheid van de arts-and-craftsbeweging, maar was van mening dat vormgeving een mooie en esthetische functie kon vervullen als antwoord op het idee dat de industrialisatie van Duitsland een bedreiging voor de nationale cultuur vormde.

De groep werd opgericht door twaalf ontwerpers, onder wie Richard Riemerschmid, Bruno Paul, Josef Maria Olbrich en Peter Behrens, twaalf fabrikanten en door organisaties als de Wiener Werkstätte en de Vereinigte Werkstätten für Kunst im Handwerk. In het eerste jaar waren meer dan vijfhonderd mensen lid geworden van de Deutscher Werkbund en op het hoogtepunt telde de groep meer dan drieduizend leden.

De Deutscher Werkbund hield ook tentoonstellingen om zijn ideeën te verspreiden. In 1914 werd een grote expositie in Keulen georganiseerd. Hier werden onder andere Walter Gropius maquette voor een fabriek van staal en glas, Henry van de Veldes Werkbundtheater en Bruno Tauts paviljoen van glas en baksteen getoond.

In 1927 organiseerde de Werkbund een tentoonstelling in Stuttgart over huisvesting, onder de titel Die Wohnung, waar veel publiciteit aan werd gegeven. Er was een hele woonwijk te zien, Weissenhof Siedlung, waar het interieur bestond uit stalen buis meubels die de architectuurdirecteur van de tentoonstelling, Ludwig Mies van der Rohe, samen met Marcel Breuer en Le Corbusier had ontworpen. Andere deelnemers aan het project waren Peter Behrens, Walter Gropius en Adolf Loos.

Vanaf 1912-1920 publiceerde de Werkbund zijn eigen jaarboek met artikelen, ontwerptekeningen en met adresgegevens van de leden om samenwerking te bevorderen.

De groep publiceerde ook een tijdschrift, Die Form (1925-1934). Maar ondanks serieuze pogingen om kunstnijverheid en industrie met elkaar te verzoenen, leidde een conflict binnen de groep, tussen Henry van de Velde en Hermann Murhesius, bijna tot zijn opheffing. Murhesius’ mening dat versiering geen artistiek bestaansrecht heeft en dat bruikbaarheid de basis is van hedendaagse culturele waarden, viel niet goed bij Van der Velde, die pleitte voor een grotere artistieke vrijheid.

De discussie tussen de twee begon met Muthesius’ beginselverklaring van tien punten die zich centreerde rond het idee dat bepaalde producten steeds efficiënter moesten worden, maar dit werd onmiddellijk aangevochten door Van de Velde die individuele artistieke inspiratie belangrijk vond. Deze discussie over standaardisatie versus individualisme die bekend werd als de Werkbundstreit bleef bestaan, maar al spoedig bleek dat industriële productie en standaardisatie de enige oplossing was voor de opbouw van het land na de verwoestende Tweede Wereldoorlog.

Omdat het nazi-regime steeds meer ageerde tegen het modernisme werd de Werkbund in 1934 ontbonden

Belangrijkste kenmerken

  • Geometrische abstractie
  • Rechthoekige vormen
  • Eenvoudige, onversierde oppervlaktes
  • Functionele ontwerpen
  • Geloofden in morele en esthetische rol van de vormgeving
  • In de beweging vond een splitsing plaats: standaardisatie versus individualisme

Actoren tijdens
Secession – Wiener Werkstatte – Deutscher Werkbund

Gustav Klimt (1862-1918), Kunstenaar
Carl Moll (1861-1945), Kunstenaar
Josef Engelhart (1864 -1941), Kunstenaar
Josef Maria Olbrich (1867-1908), Kunstenaar, architect, vormgever
Koloman Moser (1868-1918), Schilder, vormgever, metaalbewerker, grafisch vormgever
Josef Franz Maria Hoffmann (1870-1956), Architect, vormgever
Otto Prütscher (1880-1949) Designer
Bruno Paul (1874 – 1968) Designer

DE BELANGRIJKSTE
STIJLPERIODES & DESIGNERS

Klik op onderstaande linken om
de infopagina’s te raadplegen
op deze website

Arts And Craftsbeweging
William Morris
A.W.N. Pugin
Arthur Heygate Mackmurdo
Charles R. Ashbee
Gustav Stickley

Esthetic Movement
Edward William Godwin
Louis Comfort Tiffany
François Eugène Rousseau
Christopher Dresser

Japonisme
Siegfried Bing

Art Nouveau
Hector Guimard  
Emile Gallé  
Louis Majorelle  
Victor Horta  
Henri van de Velde
Charles Rennie Mackintosh  
Richard Riemerschmid  
Josef Franz Maria Hoffmann  
Otto Wagner  
Josef Maria Olbrich  
Koloman Moser  
Antonio Gaudy y Cornet

Modernisme
Charles Edouard Jeanneret
Le Corbusier
 
Adolf Loos  
Peter Behrens  
Walter Adolph Gropius  
Ludwig Mies van der Rohe

Secession
Wiener Werkstätte
Deutscher Werkbund

Gustav Klimt  
Otto Prütscher
Bruno Paul

Art Deco
JacquesEmile Ruhlmann  
René Jules Lalique   
Donald Deskey

De Stijl
Theo van Doesburg
Jacob Johannes Pieter Oud
Gerrit Thomas Rietveld

Bauhaus
Marcel Lajos Breuer  
László Moholy Nagy  
Marianne Brandt  
Mart Stam

Moderne Stijl
Karl Emanuel Martin Kern Weber
Eileen Moray Gray  
Walter Dorwin Teague  
Raymond Fernand Loewy

Streamlining
Henry Dreyfuss

Organic Design
Frank Lloyd Wright  
Charles Alvar Aalto  
Eero Saarinen  
Charles Eames  & Ray Eames  
Pierre Paulin

Internationale Stijl
Philip Cortelyou Johnson

Modern Scandinavisch Design
Bruno Mathsson  
Josef Frank  
Arne Jacobsen  
Verner Panton  
Henning Koppel  
Borge Mogensen  
HansJorgen Wegner  
Tapio Veli Ilmari Wirkkala  
Timo Sarpaneva

Zwitserse School
Adrian Frutiger

Pop Art
Peter Murdoch

Space Age
Eero Aarnio  
Olivier Mourgue  
Marco Zanuso sr.
Richard Sapper

Antidesign
Alessandro Mendini  
Michele de Lucchi  
Ettore Sottsass jr.

Hightech
Norman Foster  
Ward Bennett

Postindustrialisme
Tom Dixon  
Ron Arad

Postmodernisme
Mario Botta  
Andrea Branzi  
Nathalie du Pasquier
Aldo Rossi  
Matteo Thun  
Shiro Kuramata
Micael Graves  
Alessandro Mendini  
April Greiman

Memphis

Deconstructivisme
Frank Owen Gehry
Daniel Weil  
Ross Lovegrove